Wie vorig jaar het poëziespektakel Ik wil een naam van chocola las, wist het eigenlijk al: Simon van der Geest (1978) was met iets bijzonders bezig. De jonge schrijver, die eerder dat jaar was gedebuteerd met het veelbelovende, maar ook licht ontsporende kinderboek Geel gras, had voor deze bundel een gedicht in vrije versvorm geschreven. Zittend op de koude bril van een zwembad-wc droomt een jongetje, dat kort daarvoor nog mikpunt was van pesterijen, zich de held van een verhaal: ‘en dat we vet verdwalen en heel ver en vrij en vol gevaar, onderweg sneuvelen er een paar en iedereen huilen behalve ik, / en ik, ik zeg dan: / ‘Hé, kom op. / Loop maar mee met mij.’