Interview Anna Woltz
Ik kan nog steeds niet vliegen
Van schrijvende tiener (met een uitgever) ontwikkelde Anna Woltz zich tot veel gelezen kinderboekenschrijfster. Onlangs verscheen Ik kan nog steeds niet vliegen, een historische jeugdroman die zich vlak na de bevrijding afspeelt.
Sommige appels vallen pal naast de boom. Anna Woltz (1981), dochter van journalist Wout Woltz en journalist en kinderboekenschrijfster Marja Roscam Abbing, schreef op zeventienjarige leeftijd haar eerste kinderboek. Twee jaar daarvoor had ze in de Volkskrant een wekelijkse column over haar wederwaardigheden op de middelbare school, later gebundeld als Overleven in 4b. Een combinatie van nature en nurture, noemt Woltz het. “Bij ons thuis werd aan de keukentafel gepraat over boeken en schrijven, dat was normaal.”
Er zijn meer kinderboekenschrijfster die als tiener debuteerden en na hun schooltijd verder schreven: Laura Broekhuysen (1983), Maren Stoffels (1988), Milou van der Horst (1992). Broekhuysen stapte na haar debuut over op boeken voor volwassenen, Stoffels en Van der Horst legden zich toe op meidenverhalen vol puberproblemen. Het oeuvre van Woltz’ is veelzijdiger. Tussen de bijna twintig boeken die ze de afgelopen jaren schreef, bevinden zich naast de columnbundel een prentenboek, avontuurlijke kinderverhalen, historische jeugdboeken, tienerromans waarin ethische en maatschappelijke kwesties aan de orde worden gesteld en een fotoboek met Hans Aarsman. Daarnaast schreef ze voor Vrij Nederland en publiceerde ze tijdens haar studie geschiedenis opnieuw columns in de Volkskrant. Direct na haar afstuderen kon ze al leven van haar werk als schrijfster, mede dankzij haar zuinige aard: van het geld dat Woltz als vijftienjarige columnist verdiende, kocht ze alleen een flesje parfum, de rest zette ze op de bank voor later. Collega’s uit het volwassenencircuit als Marja Pruis en Christiaan Weijts wuifden haar lof toe, tegelijkertijd doen haar boeken het goed bij de Nederlandse Kinderjury. Onlangs verscheen Ik kan nog steeds niet vliegen, een jeugdboek over kinderen die vlak na de Tweede Wereldoorlog naar Denemarken worden gestuurd om aan te sterken, geïnspireerd op de geschiedenis van haar vader.
Tot zover Woltz’ cv. En voor wie het nog niet had nagerekend: ze is dus dertig jaar. Een leeftijd waarop haar leven toe is aan een nieuwe impuls, vindt ze zelf. In september vertrekt ze voor drie maanden naar New York. Om te wonen, te leven, te schrijven – ze kijkt ernaar uit een volgend boek in the Big Apple te situeren.
Op de vraag of het schrijven haar makkelijk afgaat, knikt Woltz. Om die knik direct te nuanceren: “Ik doe geen jaren over een boek, maar ben er wel maanden mee bezig. Eigenlijk wordt het schrijven steeds moeilijker. Ik ben kritischer op mezelf dan vroeger, wil meer, anders, beter. M’n eerste boeken waren zoeken, aftasten. Toen ik de techniek eenmaal onder de knie had kon ik een spannende achtervolging bij wijze van spreken op de automatische piloot schrijven, maar dat is niet wat ik wil. Aanvankelijk werkte ik sterk plotdriven. Nu is de aandacht verschoven naar de psychologie van m’n personages. Steeds vaker vraag ik me af hoe ik de dingen anders kan zeggen; niet op de meest voor de hand liggende manier, maar verrassender en toch zó dat het begrijpelijk blijft voor kinderen. Ik probeer te beschrijven wat zij denken en voelen, taal te geven aan gedachten en emoties die kinderen zelf nog niet kunnen verwoorden. Zoals Jonathan Franzen en Michael Cunningham dingen beschrijven, die ik nog niet heb bedacht, maar herken op het moment dat ik ze lees.”
Vroeger vond ze het principe van show, don’t tell onzin, zegt Woltz. “Misschien omdat ik zelf zo in elkaar zit. Liever zeggen dat ik boos ben dan een deur hard dichtslaan. Inmiddels besef ik dat ik in m’n boeken mezelf niet als voorbeeld hoef te nemen. In de literatuur is show inderdaad vaak mooier dan tell.”
Woltz’ moeder publiceerde in de jaren negentig met haar vriendin Marjet van Cleeff drie jeugdthrillers onder de naam Abbing & Van Cleeff. Inmiddels hebben hun kinderen de stokjes overgenomen: Van Cleeffs zoon Gideon Samson won vorig jaar een Zilveren Griffel met zijn tweede kinderboek. Woltz: “Mijn moeder is een voorbeeld voor me. Toen zij haar boeken publiceerde, was ik haar doelgroep. Nu zijn de rollen omgedraaid: zij leest liever dan dat ze schrijft, bij mij is het net omgekeerd. Ze is de eerste lezer van mijn boeken, nog voor mijn redacteur. Het is fijn om met haar over het schrijven te praten, haar toewijding aan mijn verhalen is totaal.”
De relatie met haar vader is een andere. Samen met hem publiceerde ze het fictieve brievenboek Post uit de oorlog. Voor haar nieuwste jeugdboek vormden zijn verhalen over de naoorlogse maanden bij een Deense familie de basis. Niet dat het een journalistiek boek is geworden waarvoor ze lange interviews afnam. Woltz: “Het was een onderwerp dat me als historica interesseerde. Als ik bij mijn ouders was en met m’n vader in de tuin zat, vroeg ik hem er af en toe eens naar. Hoe het was op die boerderij in dat land waar hij de taal niet sprak. Daarnaast las ik verschillende boeken over de 30.000 Nederlandse kinderen die in de zomer van 1945 naar het buitenland werden gestuurd om aan te sterken. Op die manier verzamelde ik de informatie. Het boek vertelt dus niet letterlijk de geschiedenis van mijn vader. De jongen Luuk is wel op hem gebaseerd, maar het meisje Ida heb ik verzonnen.”
Het werk van andere kinderboekenschrijvers houdt ze niet echt bij, zegt Woltz. “Ik lees meer boeken voor volwassenen. Ik ben al de hele dag bezig met kinderboeken, dan is het heerlijk om af en toe uit dat wereldje te stappen. Toen ik begon met schrijven was ik nog een kind. De keuze voor kinderboeken was geen bewuste, het was wat binnen m’n mogelijkheden lag. Ik schrijf nog altijd voor kinderen, maar zo langzamerhand durf ik te zeggen dat ik volwassen ben. Ik geniet van boeken die voor volwassenen geschreven zijn en ja, ik denk dat ik zelf ook nog weleens een boek voor hen zal schrijven. Niet omdat ik zit te wachten op volwassen lezers, kinderen zijn een fantastisch publiek, maar omdat er steeds meer dingen in mijn hoofd opduiken die ik niet kwijt kan in een kinderboek.”
Anna Woltz, Ik kan nog steeds niet vliegen
Leopold, € 14,95, 10+









Reacties (0)