Interview Meg Rosoff

En toen was er... Bob

Geplaatst op woensdag, 01 februari 2012. Categorie: Kinderboeken, Parool, Interview

Young adult-auteur Meg Rosoff schreef een boek met God als hoofdpersoon. ‘Als je het schrijven van een verhaal haat, zullen mensen het dan ook haten als ze het lezen?’
Wat als God een nukkige puber was met liters testosteron in zijn naar seks hunkerende lijf? Die vraag ligt ten grondslag aan In het begin was er… Bob, de nieuwe adolescentenroman van de Amerikaans-Engelse auteur Meg Rosoff (1956), die in 2004 de wereld veroverde met haar young adult-debuut Hoe ik nu leef en sindsdien naam maakte met opzienbarende romans op het snijvlak van jongeren- en volwassenenliteratuur. Het schrijven van haar vijfde roman was een drie jaar durende worsteling, vertelt Rosoff tijdens een bezoek aan Amsterdam, zo vreselijk dat ze een bevriende schrijfster vroeg: ‘Als je het schrijven van een verhaal haat, zullen mensen het dan ook haten als ze het lezen?’ Het antwoord dat die zaken geen verband hielden, stelde haar nauwelijks gerust. “De personages waren plat, de plot klopte niet, de eerste anderhalf jaar barstte ik bij herlezing van wat ik geschreven had in tranen uit – er deugde niets van.”
Net als haar tweede boek Justin Case (2006), waarin de hoofdpersoon zich overgeeft aan het gedachte-experiment dat het noodlot het op hem gemunt heeft, is In het begin was er… Bob gebaseerd op een idee, zegt Rosoff. Een idee van haar man eigenlijk, die zich na een radioprogramma over acteurs die God hadden gespeeld – stuk voor stuk verbeeld als oude mannen met lang wit haar – afvroeg hoe het zou zijn als God een tienerjongen was. In Rosoffs hoofd klonk een harde ‘boiiiing!’; het idee voor een nieuw boek was geboren. Ze vertelde vrienden erover. “Iedereen moest lachen, vond het een geweldige vondst, maar ondertussen maakte ik me stilletjes zorgen. Het was als een goede grap vertellen: je hebt een punchline, maar daarmee heb je nog geen verhaal.”
Tegelijk besefte ze dat een egoïstische tienergod wonderwel aansloot bij de verhalen uit het Oude Testament. “God kwelde Job op een afschuwelijke manier, hij vroeg Abraham zijn zoon te offeren – wat voor God doet nu zoiets? Precies, een wispelturige pubergod.”
En bovendien: “Kijk naar de schepping, een volslagen puinhoop. Mensen vermoorden en verkrachten elkaar, ze eten dieren, ruïneren de planeet. Ik ben opgevoed met de gedachte dat de mensheid een wonder van God is, maar toen ik als kind iedere dag op de schoolbus stond te wachten ontdekte ik dat er iets niets klopte aan dat beeld: als God echt zo fantastisch was zouden we toch geen bussen nodig hebben?”
Dat de wereld zo’n janboel is, komt in In het begin was er… Bob doordat God (in de Nederlandse vertaling heet hij Bob) na zijn zesdaagse scheppingsactiviteiten zijn belangstelling verloor, schrijft Rosoff. ‘Sinds zijn tweede werkweek had hij zijn tijd doorgebracht met slapen en spelen met zijn snikkel, terwijl hij er volledig in slaagde het bestaan van zijn schepping te negeren.’ Zoals God de mens schiep naar zijn evenbeeld, zo baseerde Rosoff haar God op de mens. Zijn scheppingsbaantje dankt hij aan een door zijn moeder gewonnen pokerspelletje. Inzet: de heerschappij over de aarde. Mooi, jong en geil als hij is, blijft God hunkeren naar de liefde van aardse meisjes met desastreuze gevolgen: zijn woelige gemoed veroorzaakt de ene natuurramp na de andere. Het was een leuk idee, maar nog steeds niet meer dan dat, vond Rosoff. Pas toen ze Eck introduceerde, Gods huisdier, een aandoenlijk wezentje, de laatste in zijn soort, kwamen de verschillende verhaallijnen bij elkaar. Want ook Eck wordt inzet van een spelletje poker en dreigt als culinaire sensatie te eindigen op het bord van een oppergod. De vraag of hij zal worden opgegeten bleek de stuwende kracht die het boek nodig had.
Dat het verhaal wellicht als blasfemisch zou worden verketterd door christelijke lezers, hield Rosoff tijdens het schrijven niet bezig. “Als ik in een verhaal zit probeer ik me niet druk te maken over mijn thematiek. Volgens mij ben ik een zachtaardige schrijver, ik ben niet uit op controverse.” Over tieners schrijft ze niet door van buitenaf naar ze te kijken, maar door terug te grijpen naar het jonge meisje in haarzelf. “Liever dan tiener gebruik ik het woord adolescent. De tienertijd loopt van je dertiende tot je negentiende, adolescentie is meer een state of mind, een gemoedstoestand die een leven lang kan duren. Als ik een foto van mezelf zie, lijkt het alsof er vlak voor de fotograaf afdrukte een oude vrouw in beeld is gesprongen. Ik voel me nog altijd een jaar of 25. De vragen die ik me op die leeftijd stelde – wie ben ik, zal er ooit iemand van me houden? – stel ik mezelf nog steeds, hoewel ze destijds minder troebel klonken, romantischer ook. ‘Wie ben ik?’ klinkt een stuk pathetischer als je plomp en rimpelig bent dan als je mooi en gepassioneerd aan het begin van je leven staat.”

In het begin was er… Bob, Meg Rosoff
Moon, € 17,95

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...