Interview Teunkie van der Sluijs

Geplaatst op zaterdag, 14 januari 2012. Categorie: Parool, Theater, Interview

De Nederlands-Engelse regisseur Teunkie van der Sluijs maakte met Hate een theatrale bewerking van de Franse cultfilm La Haine. ‘In Nederland is de regisseur het belangrijkst, in Engeland de tekst, gevolgd door de acteurs.’

Zijn ouders heten Christina en Willem, dus dat werd Christiaan Willem bij zijn geboorte. Z’n zus vond het een naam van niks en noemde hem Tunkie. En omdat dat volgens de peuterjuf geen naam was, werd er een e toegevoegd: Teunkie, ‘kleine Teun’. De naamsverandering heeft dus niets te maken met het overzeese avontuur dat hij tijdens zijn opleiding aanging, zegt Teunkie van der Sluijs (1981). Na een studie Theaterwetenschappen aan de UvA wilde hij de stad uit. Bij de theaterregieopleiding aan de Toneelschool in Londen vond hij wat hem al eerder had aangetrokken aan het Engelse theater: een vakmatige benadering van het acteren en een grote waardering voor taal en nieuwe toneelteksten. Van der Sluijs: “De Engelse spelbenadering is anders dan hier, ze zit dichter bij wat in Rusland een eeuw geleden werd gedaan: het systeem van Stanislavski, hoewel het met method acting niets te maken heeft. Wat acteurs in Engeland doen, is het concreet maken van de spelinformatie uit de tekst en proberen die fysiek zo goed mogelijk vorm te geven op toneel. Het gaat niet om de zelfexpressie van de acteur. Ik ben ook niet geïnteresseerd in de psychologie van de personages, ik ben geïnteresseerd in biologie, in hoe wij met ons lichaam veranderingen registreren en dat non-verbaal weergeven. Wat kunnen acteurs expressief aan de tekst toevoegen om de intentie ervan zo goed mogelijk over te brengen?”

Dat maakt hem nog geen regisseur van performance-art of bewegingstheater, zegt Van der Sluijs. Hij maakt teksttoneel en werkt graag met Britse acteurs die direct snappen wat je bedoelt als je zegt: je speelt een punt, er staat een komma, die wil ik horen. “In Nederland is de regisseur het belangrijkst, in Engeland de tekst, gevolgd door de acteurs.” Driekwart van het jaar woont hij in Londen, de overige drie maanden zit hij in Amsterdam. Op dit moment werkt hij met twee Engelse en een Nederlandse acteur aan zijn nieuwe voorstelling Hate, die vanaf donderdag drie dagen in Het Rozentheater staat. In Engeland, waar toneel minder gesubsidieerd wordt dan in Nederland, heeft hij geleerd efficiënt te werken en kort te repeteren. Na een Nederlandse tournee gaat de voorstelling naar Londen. Waar en hoe lang precies is nog niet duidelijk, maar er zijn drie theaters geïnteresseerd. Bij succes wordt de voorstelling geprolongeerd. Anders dan in Nederland, waar theaters hun programmering ruim een jaar van te voren vaststellen, is die in Londen flexibel.

Hate is het derde deel van een trilogie over geweld, uitsluiting en eigentijdse conflicten. Aan elk stuk ligt een klassieker ten grondslag. Na Yasser van Abdelkader Benali (gebaseerd op Shakespeares Koopman van Venetië) en Motortown van Simon Stephens (naar Buchners Woyeck) schreef Van der Sluijs zelf de toneelbewerking van de Franse cultfilm La Haine (1995) van Mathieu Kassovitz. Een pittige klus, beaamt hij. Hij wilde de film, waarin drie jongeren na gewelddadige confrontaties met de politie 24 uur door Parijs zwerven, vertalen naar het Londen van nu. Franse straattaal moest Engelse slang worden. Emoties en intentie van het stuk komen immers pas echt over als de klankkleur deugt, dat wist Shakespeare ook al: “Die liet de sluwe Jago in Othello met veel sisklanken praten, als een slang.” 71 scènes werden teruggebracht tot een kleine dertig, omdat theater nu eenmaal een andere timing vereist dan film. Met videoregistraties, opgenomen in een leeg flatcomplex in de slums van Zuid-Londen, wordt de veelheid aan locaties in het verhaal gesuggereerd. Of de techniek het straks niet laat afweten, daarover heeft hij wel slapeloze nachten, glimlacht Van der Sluijs. Behalve een acht meter breed projectiescherm zit er veel muziek in de voorstelling, ‘een hommage aan de videoclip’. Hij richt zich op een jong publiek dat gewend is te zappen en informatie te betrekken uit verschillende bronnen. Die lijn trekt hij door in het theater. “We leven meer en meer in een beeldcultuur. De beeldvorming van belangrijke gebeurtenissen is niet meer in handen van professionele cameramensen, maar van ooggetuigen die hun filmpjes op YouTube zetten. Die ontwikkeling wil ik benadrukken in de voorstelling.”

Hate, Studio Dubbelagent & Likeminds. 12-14/1 Rozentheater. Engels gesproken. www.studiodubbelagent.com

Joukje Akveld

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...