Oom Wanja
Hummelinck Stuurman
Bokma draagt deze Tjechov-regie van Gerardjan Rijnders, de tweede van een drieluik (naar het eerst deel wordt verwezen met een opgezette meeuw in een stellingkast). Hij maakt van Wanja een beklagenswaardig personage, dat zijn omgeving provoceert met bittergeestige boutades en lomp dronkemansgelal, maar dat ook deernis wekt als hij machteloos toeziet hoe het brandpunt van zijn verlangen vrijt met een ander. Die ander is de arts Astrov, een mooie rol van Hein van der Heijden; charmante opportunist en verleidelijke huisvriend ineen en de tweede pijler waarop deze voorstelling drijft. Als hoogopgeleide die alle illusie heeft laten varen, oefent Astrov een grote aantrekkingskracht op de knappe, maar met de gepensioneerde professor Serebrajov gehuwde Jelena (Eline ten Camp als wonderlijke Daphne Deckers lookalike) en op de hardwerkende Sonja (Randy Fokke). Die laatste vraagt haar stiefmoeder Jelena Astrovs genegenheid voor haar te polsen. In een vertrouwelijk een-tweetje is het Fokke die als ouwe vrijster in wording schittert met haar dweepziek verlangen.
Onvervulde liefde, het verlangen naar een andere plek, onvrede met het hier en nu – het zit allemaal in deze weemoedige levensschets. Meer dan in De meeuw is er in Rijnders’ Oom Wanja ruimte voor droefenis. Thomas de Bres legt als de ongelukkige Telegin een tapijt van zacht treurig gitaargetokkel onder de voorstelling, dat het gevoel van leegte en gemis verhevigt. Opnieuw worden emoties van ongeluk en verdriet nogal sterk geventileerd en heeft Rijnders soms iets te opzichtig op de lach geregisseerd, maar de stille tragiek van de personages, gevangen in hun apathische levens, sijpelt dit keer voelbaar door hun schijnvrolijkheid heen.
Oom Wanja, Hummelinck Stuurman. Regie Gerardjan Rijnders. Gezien 24/2 DeLaMar. 23/3 Schouwburg Amstelveen, 29/5-10/6 DeLaMar.
*** (3 sterren)





Reacties (0)