De Holocaust voor kinderen
Kinderboeken over de Holocaust verwijzen vaak naar Anne Frank. Onlangs verschenen drie nieuwe titels die aan haar gelieerd zijn. Maar mag je ook fictie maken van Annes geschiedenis?
‘13 september 1944. Lieve Kitty, Daar zijn we dan, in het binnenste van de hel, in Auschwitz-Birkenau, in het doolhof van de dood waar links de ovens branden en rechts de schoorstenen roken.’
Iedereen die bekend is met de geschiedenis van Anne Frank, weet dat deze dagboeknotitie fictief is. Haar dagboek eindigt op 1 augustus 1944, drie dagen voor de onderduikers uit het Achterhuis werden opgepakt en Anne haar schriften en aantekeningen moest achterlaten. Op 3 september werd ze met haar familie en de vier andere onderduikers met de laatste trein uit Westerbork afgevoerd naar Auschwitz-Birkenau.
De brief aan Kitty van 13 september 1944 komt uit het gewaagde, maar wondermooie toneelstuk Anne en Zef (2009), dat Ad de Bont schreef in opdracht van het Amsterdamse jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij. Aansluitend op de dodenherdenking is het nog één keer te zien in het Amsterdamse Compagnietheater. In zijn stuk verbindt De Bont Annes verhaal met dat van de Albanese jongen Zef die twee jaar ondergedoken zat wegens bloedvetes. Na hun dood ontmoeten de twee elkaar op een plek die misschien wel de hemel is en vertelt Anne verder waar haar dagboek ophield. Want ze is doorgegaan met schrijven, zegt ze tegen Zef: ‘In het zand, in de lucht. En op het laatst alleen nog in mijn hoofd.’
Nog steeds als het om het ontsluiten van de Holocaust voor kinderen gaat, geldt Anne Frank als belangrijk aanknopingspunt. Uitgegroeid tot symbool voor de Jodenvervolging fungeert ze als kapstok voor nieuwe verhalen. Historische egodocumenten waarin tijdgenoten verslag doen van hun eigen belevenissen, maar ook gefictionaliseerde teksten, getuige het stuk van Ad de Bont. Zoals de Italiaanse regisseur Roberto Benigni van de Holocaust een groteske tragikomedie maakte in zijn met Oscars overladen La vita è bella (1997) en de Ierse romanschrijver John Boyne in The Boy in the Striped Pyjamas (2006) de geschiedenis naar zijn hand zette door een negenjarige Joodse jongen op te voeren in Auschwitz – terwijl vrijwel alle kinderen onder de zestien bij aankomst werden vergast – zo is ook Anne Frank onderwerp geworden van verhalen die verdergaan waar de historische feiten ophouden. Onlangs verschenen drie kinderboeken, die elk op een andere manier aan haar zijn gelieerd. Twee behoren tot het domein van de non-fictie: Ondergedoken als Anne Frank van filmmaker Marcel Prins en publicist Peter Henk Steenhuis en ‘Je beste vriendin Anne’ van Annes schoolvriendin Jacqueline van Maarsen. Het derde is deels ontsproten aan de verbeelding van de auteur: De jongen in het Achterhuis van de Britse jeugdboekenschrijfster Sharon Dogar.
“Iedereen kent het verhaal van Anne Frank,” zegt Marcel Prins. “Jaarlijks staan een miljoen mensen in de rij om te zien waar ze zich verborgen hield. Maar haar verhaal is er slechts één van de 28.000 Joden die in Nederland zaten ondergedoken.” Bovendien is Annes onderduik volgens Prins niet exemplarisch. “Anne zat met haar familie op één adres, terwijl de meeste gezinnen uit elkaar werden gehaald omdat onderduikgevers geen plek hadden voor meer mensen. Veel familieverhoudingen zijn door die lange scheiding blijvend verstoord geraakt; ouders vonden na de oorlog andere kinderen terug dan ze hadden achtergelaten en kleine kinderen herkenden hun eigen vader en moeder niet meer.” Prins wilde een gevarieerder beeld van onderduikers in Nederland bieden dan in dat ene wereldberoemde dagboek wordt verteld. Beginnend bij zijn eigen moeder interviewde hij een aantal Joden die de oorlog dankzij de onderduik overleefden. Het project startte als website: geluidfragmenten met illustraties van Marcel van der Drift. Daarna werden de getuigenissen door Prins en Steenhuis opgetekend in Andere Achterhuizen, een uitgave voor volwassenen die ze nu hebben bewerkt voor lezers vanaf tien jaar. Ondergedoken als Anne Frank is een aangrijpende reeks portretten van jonge mensen tijdens de donkster periode van hun leven. Sommigen hadden geluk en troffen liefdevolle onderduikgevers, anderen werden uitgebuit en mishandeld, hadden nauwelijks eten of bewegingsruimte of werden van het ene adres naar het andere gebracht, soms wel 42 keer.
Aanvankelijk heette het kinderboek De sterren zijn verdwenen. “Poëtisch, maar ook onduidelijk,” zegt Prins. “We hebben het veranderd in Ondergedoken als Anne Frank, zodat iedereen direct weet waar het over gaat. Geen mooiere titel, wel een betere.”
In het boek komt Anne Frank zelf één keer voorbij in het verhaal van Bloeme Emden, die Anne en Margot kende van het Joods Lyceum. Ze zag hen terug in Westerbork. Later is ze met hetzelfde transport als de familie Frank naar Auschwitz gegaan.
In ‘Je beste vriendin Anne’ van Jacqueline van Maarsen vormt Anne Frank de leidraad van het verhaal. De twaalfjarige Jacqueline leert haar kennen in oktober 1941 als klasgenootje op het Joods Lyceum. Waarom Anne haar leuk vindt, weet ze niet. ‘Zij praat honderduit en ik zeg niet veel.’ Maar als Anne Jacqueline na een paar dagen tot haar beste vriendin verklaart, is ze dat met haar eens.
Van Maarsen beschreef haar jeugdherinneringen eerder voor volwassenen in Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank (2003) en wierp daarmee een nieuw perspectief op de beroemde dagboekschrijfster. Nu kunnen ook kinderen kennisnemen van haar verhaal, een geserreerd verslag van een intensieve vriendschap die abrupt eindigde toen de familie Frank in juli 1942 onderdook. Zonder opsmuk beschrijft Van Maarsen haar kindertijd en roept een ontroerend beeld op van twee Joodse meisjes, die samen huiswerk maken, monopoly spelen en in elkaars poesiealbum schrijven. Op haar dertiende verjaardag krijgt Anne van haar ouders het beroemde rood geruite dagboek. ‘Ik ga ook over jou schrijven,’ zegt ze tegen Jacqueline. In haar dagboek voert ze haar vriendin op als Jopie, naar hun gezamenlijke boekenheldin Joop ter Heul. Vele jaren later vraagt Otto Frank Van Maarsen of zij het voorwoord bij de eerste uitgave van Het Achterhuis wil schrijven. Van Maarsen weigert, ze heeft geen idee wat ze aan Annes dagboek kan toevoegen en vraagt zich af wie er nog over de oorlog wil lezen. Maar om Otto Frank een plezier te doen, schrijft ze hem in een brief: ‘Misschien wordt Annes boek nog eens beroemd!’
Bijna gelijktijdig met Van Maarsens herinneringen verscheen een tweede jeugdroman over haar, De jongen in het Achterhuis (Annexed), waarin Anne opnieuw vanuit een ander perspectief wordt beschreven. Sharon Dogar verplaatste zich in de gedachten van Peter van Pels, de jongen die ruim twee jaar met Anne Frank zat ondergedoken op de Prinsengracht. In Engeland leidde het boek voor verschijning tot commotie. Niet omdat Dogar verder gaat waar Annes dagboek ophoudt – het verraad, Westerbork, de deportatie naar Auschwitz, Peters overlijden in Mauthausen – maar omdat ze schrijft over de fysieke liefdesverhouding tussen Anne en Peter. Dogars boek werd bestempeld als exploitatie van het beroemde dagboek, bovendien zouden haar Anne en Peter niet lijken op de historische personen.
Of jongeren die bezwaren zullen delen is de vraag. Anno 2011 is het niet meer vanzelfsprekend dat ze het dagboek hebben gelezen; velen zullen de vergelijking niet maken. Bovendien is Dogar zorgvuldig met haar materiaal omgegaan. Haar Peter van Pels is een geloofwaardig personage; verlegen en zwijgzaam zoals uit Annes dagboek naar voren komt, maar voorzien van een eigen gevoelswereld. Met gedetailleerde beschrijvingen haalt ze de raadselachtige jongen uit Annes schrijfsels dichterbij. Van de projectie van een verbaal begaafd meisje transformeert hij tot een nukkige puber met hormonen die zich niet laten wegstoppen in een benauwd Achterhuis. Dat Dogar te veel nadruk op de seksuele relatie tussen Anne en Peter zou hebben gelegd, bestrijdt de schrijfster: Annes ontluikende seksuele gevoelens spelen in het dagboek een grotere rol dan in haar roman.
Net als Ad de Bont heeft Dogar haar verbeelding ingezet waar de geschiedenis leemtes vertoont. Dat kun je exploitatie noemen, maar je kunt je ook afvragen hoeveel jaren er voorbij moeten gaan voor je de geschiedenis mag fictionaliseren Waar ligt de cesuur tussen Julius Caesar en Anne Frank? Misschien is die niet uit te drukken in tijd, maar eerder in mate van integriteit en talent van de schrijver. Wat dat betreft bevindt De jongen in het Achterhuis zich, net als Anne en Zef, aan de goede kant van de grens.
Jacqueline van Maarsen, ‘Je beste vriendin Anne’
Querido, € 12,95, 10+
Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis, Ondergedoken als Anne Frank
Querido, € 13,95, 10+
www.ondergedokenalsannefrank.nl
Sharon Dogar, De jongen in het Achterhuis
De Fontein, € 16,95, 12+
www.annexed.co.uk
Ad de Bont, Meer toneel (waaronder Anne en Zef)
Uitgeverij International Theatre & Film Books, € 24,95, € 10+
Te bestellen via www.theaterboekwinkel.nl
Anne en Zef van De Toneelmakerij is op 4 mei te zien in het Compagnietheater.
www.theaternadedam.nl





Reacties (0)