Poehee! Sesamstraat in het theater
Het mooiste van Sesamstraat, New Productions
Na het jeugd- en kleutertheater hebben producenten en theatermakers peuters als doelgroep ontdekt. Het mooiste van Sesamstraat sluit aan bij het televisieprogramma en biedt kinderen een nieuwe sensatie: een ontmoeting met hun helden na afloop van de voorstelling.
De broccoliboom staat prominent midden op het toneel. Links ervan hangt het straatnaambordje ‘Sesamstraat’, vooraan dobbert troeteleendje fier en geel in z’n eigen sop. Maar waar de peuters en kleuters in het Bloemendaalse openluchttheater Caprera echt wild van worden zijn de levengrote poppen op het toneel. Pino, Tommie, Elmo en Bert en Ernie zijn niet te onderscheiden van de helden van televisie. Van Berts doorgetrokken wenkbrauwen tot Pino’s reusachtige oranje voeten, alles is even goed getroffen, of het moet zijn dat de oorspronkelijke handpop Tommie in de theaterversie wel een erg dikke kont heeft gekregen. Expres misschien wel – met zo’n achterste is het lekker schudden. Terwijl de aanstekelijke melodie van peuterhit De Boekoeroe uit de boxen knalt, zet Tommie z’n ellebogen in z’n zij, zakt door z’n poten en beweegt zijn wollige lijf stevig heen en weer. Op de tribunes doen ouders en kinderen vrolijk mee: ‘Doe doe doe, we doen de Boekoeroe.’ Na één couplet zet de muziek van componist Tjeerd Oosterhuis zich vast in je hoofd, na het tweede kan iedereen de bewegingen meedoen. ‘Je handen eerst de lucht in, / dan naar je oren toe, / dan vingers in je neusie / dat is de Boekoeroe, dat is de Boekoeroe.’
Het is helemaal van deze tijd: succesvolle tv-programma’s die hun eigen voorstelling krijgen. Werden toneelstukken vroeger bewerkt voor film of tv, tegenwoordig gebeurt het omgekeerde. Eerder waren er theatershows van De fabeltjeskrant, Klokhuis, Buurman & Buurman en Spangas. Vorig seizoen was het de beurt aan Sesamstraat, het oorspronkelijk Amerikaanse educatieve peuterprogramma dat in 1969 op televisie werd gebracht om kinderen in arme wijken op een speelse manier van hun leerachterstand af te helpen. Een jaar later publiceerde psycholoog Dolph Kohnstamm in Vrij Nederland een artikel over de effecten die het programma ook op Nederlandse kinderen zou kunnen hebben. In 1972 werd als experiment een Amerikaanse aflevering uitgezonden, vier jaar later, na een proeffase met Sesamplein, was de Nederlands-Vlaamse versie van Sesame Street een feit.
Na een succesvolle tournee vorig jaar reist de muzikale peutervoorstelling Het mooiste van Sesamstraat nu opnieuw langs de theaters. De makers koppelen de productie handig aan de vijfendertigste verjaardag van het televisieprogramma, maar eigenlijk is het toeval dat het een met het ander samenvalt. Producent Mark van Ierssel heeft jaren onderhandeld met het moederbedrijf Sesame Workshop in Amerika om de rechten voor een kleinschalige theatershow te regelen. Niet eerder werd er een lokale versie met eigen scenario en muziek van het televisieprogramma gemaakt. Sjoerd Kuyper, schrijver van het script en de liedteksten: “Mark heeft ze daar in New York echt moeten overtuigen. En toen de toestemming er eenmaal was, stonden we onder streng toezicht. Iedere nieuwe versie van het script werd in het Engels vertaald en naar Amerika gestuurd. Tot drie keer toe zijn er mensen overgevlogen om te volgen hoe het hier toeging.”
Voor Kuyper betekende het dat hij zich strikt aan de karakters van de personages moest houden (mopper-Bert, blije Pino), dat hij trouw moest blijven aan hun idioom (Tommie: ‘Poehee!’, Ernie: ‘Woeiiii!’) en dat het verhaal moest aansluiten bij de formule van het tv-programma: alledaagse peuter- en kleuterthema’s op een toegankelijke manier gepresenteerd met nu en dan een liedje. Wel mocht Kuyper een nieuw personage aan zijn verhaal toevoegen, Doedoe, een meisje dat door de bewoners van Sesamstraat wordt gewezen op al het moois in hun straat: de bomen (Pino), troeteleendje (Ernie), de maan (Elmo).
Naast musicalveteraan Kuyper (Turks Fruit, Dromen zijn bedrog, Kruimeltje, De scheepsjongens van Bontekoe) is de keuze voor Tjeerd Oosterhuis als componist een verrassende. Eerder componeerde hij voor kinderen de muziek voor ClickClack, het nummer dat vorig jaar het Eurovisie Songfestival Junior won, maar verder is hij vooral bekend van muziek voor Candy Dulfer, Mathilde Santing, Di-rect en zijn zus Trijntje. Oosterhuis heeft de peutersnaar feilloos weten te raken. Zijn composities liggen lekker in het gehoor en zijn gevarieerd (van kinderpop tot rap) zonder de doelgroep uit het oog te verliezen. Bovendien hebben de liedjes vrijwel allemaal peuterhitpotentie. Dirk Scheele heeft er een concurrent bij. De kinderen verlaten zingend en dansend het theater.
Kuyper: “Toen ik de liedteksten af had, nodigde Tjeerd me bij hem thuis uit. Terwijl ik de teksten voorlas, zette hij er een drum onder. Als het voor het ritme nodig was, paste ik de tekst ter plekke aan. Ik had het nooit eerder zo gedaan, maar het werkte wonderwel. Het is geweldig om te zien hoe direct de liedjes overkomen in het theater – die rotdingen gaan niet meer uit je hoofd, geniaal vind ik dat.”
“Even wachten,” zegt de man van de beveiliging als we – twee volwassenen en een peuter – na afloop van de voorstelling onze opwachting maken om ons bij de acteurs achter de schermen te voegen. Achter zijn rug zien we Tommie voor een ventilator zitten, de bek wijd open. Het was een van de eerste dingen die Sjoerd Kuyper mee kreeg toen hij met het script voor de voorstelling aan de slag ging: dat hij in zijn scenario iedere tien minuten een pauze voor de acteurs moest inlassen zodat die zich achter het decor voor een moment koelte konden laten toe blazen door een ventilator. Kuyper: “Ze zweten zich kapot in die pakken.”
De acteur in het Pino-pak heeft het het zwaarst; die moet met een hand boven zijn hoofd de blauwe kop met snavel bedienen. Wie oplet ziet dat tijdens de dansjes de ene vleugel niet mee beweegt. Ter compensatie hoeft Pino na afloop niet de foyer in om met kinderen op de foto te gaan, een vast onderdeel van de voorstelling, voor sommige kinderen het hoogtepunt van de middag.
Opvallend aan Het mooiste van Sesamstraat is dat alle dialogen en liedjes – op die van Doedoe na – van band worden gespeeld. De acteurs moeten geen al te groot ego hebben. Niet alleen zijn ze in hun pakken onzichtbaar voor het publiek, ook hun stem krijgen de bezoekers niet te horen. Zelfs als ze zich na de voorstelling onder de kinderen mengen, houden ze hun mond en blijven ze anonieme, mimende poppen. Op een bepaalde manier lijkt dat logisch – om het gevoel van echtheid te onderstrepen moeten de theater-Ernie en -Bert net zo klinken als op tv. Maar frappant genoeg zijn het niet Wim T. Schippers en Paul Haenen, sinds jaar en dag de stemmen van het duo, die de band hebben ingesproken, maar stemacteurs die de tv-personages met hun imitaties dicht naderen. Zo had regisseur Albert Jan van Rees (Draadstaal, Toren C, Sneeuwwitje van Oranje) twee taken: de choreografieën van de acteurs op het podium begeleiden en de stemacteurs in de studio aansturen.
Voor de toneelacteurs is de reprise in de benauwde pakken opnieuw een krachttoer, maar de reactie van het publiek maakt veel goed. Juíst de pakken vergroten de magie en versterken de illusie dat hier de echte televisiehelden op toneel staan. Fauske, drieënhalf, is onder de indruk. Er ontgaat hem niets. Als Bert en Ernie via een draaideurconstructie het toneel op komen, merkt hij op: “Bert en Ernie komen uit de kast, maar waar is Pino?” Tja, die hangt waarschijnlijk even voor een ventilator, leg dat maar eens uit.
Kort na afloop, na een halsstarrige weigering bij Elmo op schoot te gaan (‘ga weg!’), maar de cd van de voorstelling in dank te hebben aanvaard, volgt een bondige samenvatting: “Pino houdt van bomen, Elmo houdt van de maan, Doedoe houdt van Bert en ik houd van Elmo.”
Het mooiste van Sesamstraat (3+) van New Productions is zaterdag 10 en zondag 11 september te zien in het DeLaMar Theater. www.sesamstraattheater.nl





Reacties (0)