Paul Vlaanderen
Thriller Theater
In de jaren vijftig en zestig luisterden miljoenen mensen naar het radiospel Paul Vlaanderen. Nu herleeft het hoorspel op toneel. Vanaf morgen is de voorstelling vijf donderdagen te zien in het Betty Asfalt Complex.
Door de speakers in de kleine zaal van het Rotterdamse Theater Zuidplein kraken jaren vijftig classics: Dorus’ motten, de duifies van Leen Jongewaard, onderbroken door de mededeling: ‘Nog vijf minuten voor uitzending.’ Op het toneel staat een acteur, al snel gevolgd door twee andere. Mannen in lange jassen met hoeden, een vrouw in een geruit mantelpak met een hoofddoek om, alles ademt een naoorlogse sfeer. De drie hangen hun jassen aan de kapstok, spreken zacht met elkaar, positioneren zich voor ouderwetse microfoons tussen grindbakken met schoenen aan stokken (een herenschoen met een sok, een damesschoen met een pantykousje), een waterbak en een keukentrapje. Paul Vlaanderen van Het Thriller Theater is een theatrale ode aan het radiospel. Wie in de jaren vijftig op zondagavond z’n radio niet afstemde op het sciencefictionhoorspel Sprong in het heelal (KRO), luisterde naar de andere zender, waar de AVRO elke week een nieuwe episode uitzond van Paul Vlaanderen, privédetective en schrijver van misdaadverhalen. Iedere serie werd hij geconfronteerd met een raadselachtige moord, waarvan de dader in de laatste aflevering werd onthuld. De hoorspelreeks, populair om z’n spannende geluidseffecten, de cliffhangers aan het eind van elke aflevering en het resolute optreden van de altijd beschaafde hoofdpersoon, was gebaseerd op de whodunit-verhalen van de Engelse schrijver Francis Durbridge, die uitblonk in subtiele, humoristische dialogen. Zijn Paul Temple werd in 1938 voor het eerst uitgezonden door de BBC. De eerste Nederlandse vertaling volgde een jaar later, waarna de AVRO de hoorspelserie dertig jaar lang zou uitzenden, met Jan van Ees als Paul Vlaanderen en Eva Janssen als zijn vrouw Ina. Haar ‘Oh, Paul!’ en zijn ‘Ina, kindje’ waren fameus.
De voorstelling van Het Thriller Theater is een hoorspel op toneel. Sander de Heer, Hymke de Vries en Lex Passchier vertolken stemacteurs die in de studio een nieuwe serie van de beroemde detective inspreken. Gedrieën doen ze alle stemmen en ondertussen neemt Passchier ook nog alle geluidseffecten voor zijn rekening: een piepende deur is een houten krukje met draaizitting; een startende automotor een Singer naaimachine; ijsblokjes in een whiskyglas zijn kiezelsteentjes in een glas en een ratelende typemachine is een ratelende typemachine waarbij het plinggeluid aan het eind van de regel wordt gemaakt met een apart belletje. Voor de voorstelling schreef Dick van den Heuvel een nieuw verhaal in de traditie van Francis Durbridge: het geestige en tegelijk spannende Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood, met naast de hoofdrolspelers Paul (De Heer) en Ina Vlaanderen (De Vries) rollen voor de legendarische Sir Graham Forbes, hoofd van Scotland Yard, en Vlaanderens uitgever Lord Carrington. Zoals het een echte Paul Vlaanderen betaamt, wordt de moordenaar pas in de laatste scène onthuld. Regisseur Bruun Kuijt voegde een tweede, non-verbale verhaallaag aan de voorstelling toe; wie het toneelstuk met z’n ogen dicht als hoorspel beluistert, mist de amoureuze verwikkelingen in de studio. Bijzonder extraatje: voormalig hoorspelacteur en nieuwslezer Donald de Marcas (1933), die in de oorspronkelijke versie de stem van Vlaanderens butler Charlie deed, sprak de rol opnieuw in. Zijn tekst wordt afgespeeld van band, ook de ANP-berichten zijn door hem ingesproken.
Paul Vlaanderen ging vorig seizoen in première en tourt wegens succes opnieuw langs de theaters. De komende tijd is het stuk vijf donderdagen te zien in het Betty Asfalt Complex.
Na afloop van de voorstelling in Zuidplein is het Rotterdamse publiek enthousiast. De acteurs, die vanuit de garderobe het bijbehorende luisterboek verkopen, nemen de complimenten glimlachend in ontvangst. Een oudere meneer: “Om je rot te lachen, ’t is enig.” Een echtpaar: “Wij luisterden in de jaren zestig altijd naar Paul Vlaanderen. Zo knap hoe jullie die stemmen imiteren, het klinkt perfect hetzelfde.” En een jongere vrouw: “Bedankt voor de voortreffelijke middag. Ik wil het luisterboek graag voor m’n schoonzus, die is blind.”
“We hebben veel toeloop van blinden,” zegt Sander de Heer later in de foyer. Als jongetje van negen lag hij op zondagavond verstopt achter de bank als Paul Vlaanderen werd uitgezonden. “M’n ouders vonden me nog te jong, maar ik vond het geweldig, het was m’n eerste soap.”
De Heer, De Vries en Passchier kennen elkaar als stemacteur. De Heer vertolkt regelmatig slechteriken, onder meer in de Harry Potter-films en Spielbergs Kuifje, De Vries doet veel teken- en live actionfilms voor Z@pp en Passchier is de Nederlandse Spongebob. Daarnaast is hij met zijn partner Rieneke van Nunen producent van Het Thriller Theater. Aanvankelijk was het niet de bedoeling dat hij zelf in de voorstelling zou spelen. “We hadden Rop Verheijen gecast, maar die kreeg vlak voor de repetities een rol aangeboden in een Van den Ende-productie.” ‘Wat nu als ik het zelf doe,’ zei hij tegen Rieneke, en zo geschiedde. “Ik vind het heerlijk, stemmetjes doen. Na de oorlog had je de hoorspelkern, een groep stemacteurs die voor de radio hoorspelen insprak. Ze spraken altijd net iets te gearticuleerd.”
De Heer: “Dat toontje had je ook aan het toneel. Acteurs speelden nog onversterkt; om ook de achterste rijen te bereiken gingen ze voor in de mond spreken, dat kwam beter over.”
Passchier: “Dat gold ook voor studio-opnamen. De apparatuur was nog niet zo goed als nu, iedereen sprak als in die oude polygoonjournaals.”
De Vries: “In die naoorlogse hoorspelen sprak al het werkvolk plat Amsterdams, of het verhaal zich daar nu afspeelde of niet. Verrukkelijk om nu zo te mogen praten.”
De drie hebben goed geluisterd naar het handjevol oude Paul Vlaanderen-hoorspelen dat bewaard is gebleven, maar niet té goed. De Heer: “Als je die stemmen te vaak beluistert, raak je erdoor beïnvloed. Het moet wel eigen blijven.”
Passchier: “Ik heb de oorspronkelijke hoorspelen wel vaak geluisterd, maar vooral om te ontdekken hoe de verhalen in elkaar zitten. In de eerste versie van het script van Dick van den Heuvel ging Paul dood en werd Ina gek, dat sloot niet aan bij het radiospel. Bruun en ik zijn toen met Dick gaan zitten en hebben gezegd hoe wij het zagen. Hij was het meteen met ons eens. Samen met Dick hebben we de plot aangepast. Hij schreef een geweldige tweede versie, die we nu bijna ongewijzigd spelen.”
Waarna een aantal buitengewoon vrolijke repetitieweken volgden.
De Vries: “Je kunt natuurlijk heel obligaat proberen zo goed mogelijk die oorspronkelijke hoorspelen te imiteren, maar het aardige van een voorstelling over een radiospel is dat je iets anders kunt laten zien dan dat je hoort. Kleine beelden, die door ze net iets meer aandacht te geven een grappig effect hebben. Met elkaar hebben we voorwerpen gezocht om de geluiden mee te maken. Toen we de naaimachine hadden gevonden voor de automotor moest het zinnetje ‘de auto rijdt als een naaimachine’ er natuurlijk in. In het begin waren we alle drie bezig met die schoenstokken in die grindbak, tot Bruun voorstelde dat Lex in z’n eentje alle geluiden zou doen. Vonden Sander en ik natuurlijk prima. Maar theatraal heeft het ook een functie: het laat zien dat wij de ervaren hoorspelacteurs zijn, die blasé achterover leunen, terwijl Lex zich als jonkie uit de naad moet werken. Dat hoort allemaal bij die tweede verhaallaag.”
De Heer: “Wat prettig is aan de stukken van Bruun is dat je altijd duidelijk ziet dat de acteurs aan het spelen zijn. Dat geeft een grote spelvreugde, je hoeft niet te verbloemen dat je acteert. Een derde laag in deze voorstelling in feite: de acteur die speelt dat hij speelt dat hij speelt.”
De Vries: “We spelen de voorstelling in de kleine zaal, dat sluit aan bij de weinige ruimte die acteurs vroeger in zo’n hoorspelstudio hadden. Het liefste sta ik in een vlakke vloertheater. Dat je bij wijze van spreken af moet over de knieën van het publiek. Wat dat betreft is het Betty Asfalt Complex een perfecte plek.”
Paul Vlaanderen, Het Thriller Theater. 9 en 16/2, 8, 22, 29/3 om 15 en 20.30 uur in het Betty Asfalt Complex, 26/2 De Meervaart. www.thrillertheater.nl
Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood-luisterboek. Rubinstein, € 10,95
De voorstelling van Het Thriller Theater is een hoorspel op toneel. Sander de Heer, Hymke de Vries en Lex Passchier vertolken stemacteurs die in de studio een nieuwe serie van de beroemde detective inspreken. Gedrieën doen ze alle stemmen en ondertussen neemt Passchier ook nog alle geluidseffecten voor zijn rekening: een piepende deur is een houten krukje met draaizitting; een startende automotor een Singer naaimachine; ijsblokjes in een whiskyglas zijn kiezelsteentjes in een glas en een ratelende typemachine is een ratelende typemachine waarbij het plinggeluid aan het eind van de regel wordt gemaakt met een apart belletje. Voor de voorstelling schreef Dick van den Heuvel een nieuw verhaal in de traditie van Francis Durbridge: het geestige en tegelijk spannende Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood, met naast de hoofdrolspelers Paul (De Heer) en Ina Vlaanderen (De Vries) rollen voor de legendarische Sir Graham Forbes, hoofd van Scotland Yard, en Vlaanderens uitgever Lord Carrington. Zoals het een echte Paul Vlaanderen betaamt, wordt de moordenaar pas in de laatste scène onthuld. Regisseur Bruun Kuijt voegde een tweede, non-verbale verhaallaag aan de voorstelling toe; wie het toneelstuk met z’n ogen dicht als hoorspel beluistert, mist de amoureuze verwikkelingen in de studio. Bijzonder extraatje: voormalig hoorspelacteur en nieuwslezer Donald de Marcas (1933), die in de oorspronkelijke versie de stem van Vlaanderens butler Charlie deed, sprak de rol opnieuw in. Zijn tekst wordt afgespeeld van band, ook de ANP-berichten zijn door hem ingesproken.
Paul Vlaanderen ging vorig seizoen in première en tourt wegens succes opnieuw langs de theaters. De komende tijd is het stuk vijf donderdagen te zien in het Betty Asfalt Complex.
Na afloop van de voorstelling in Zuidplein is het Rotterdamse publiek enthousiast. De acteurs, die vanuit de garderobe het bijbehorende luisterboek verkopen, nemen de complimenten glimlachend in ontvangst. Een oudere meneer: “Om je rot te lachen, ’t is enig.” Een echtpaar: “Wij luisterden in de jaren zestig altijd naar Paul Vlaanderen. Zo knap hoe jullie die stemmen imiteren, het klinkt perfect hetzelfde.” En een jongere vrouw: “Bedankt voor de voortreffelijke middag. Ik wil het luisterboek graag voor m’n schoonzus, die is blind.”
“We hebben veel toeloop van blinden,” zegt Sander de Heer later in de foyer. Als jongetje van negen lag hij op zondagavond verstopt achter de bank als Paul Vlaanderen werd uitgezonden. “M’n ouders vonden me nog te jong, maar ik vond het geweldig, het was m’n eerste soap.”
De Heer, De Vries en Passchier kennen elkaar als stemacteur. De Heer vertolkt regelmatig slechteriken, onder meer in de Harry Potter-films en Spielbergs Kuifje, De Vries doet veel teken- en live actionfilms voor Z@pp en Passchier is de Nederlandse Spongebob. Daarnaast is hij met zijn partner Rieneke van Nunen producent van Het Thriller Theater. Aanvankelijk was het niet de bedoeling dat hij zelf in de voorstelling zou spelen. “We hadden Rop Verheijen gecast, maar die kreeg vlak voor de repetities een rol aangeboden in een Van den Ende-productie.” ‘Wat nu als ik het zelf doe,’ zei hij tegen Rieneke, en zo geschiedde. “Ik vind het heerlijk, stemmetjes doen. Na de oorlog had je de hoorspelkern, een groep stemacteurs die voor de radio hoorspelen insprak. Ze spraken altijd net iets te gearticuleerd.”
De Heer: “Dat toontje had je ook aan het toneel. Acteurs speelden nog onversterkt; om ook de achterste rijen te bereiken gingen ze voor in de mond spreken, dat kwam beter over.”
Passchier: “Dat gold ook voor studio-opnamen. De apparatuur was nog niet zo goed als nu, iedereen sprak als in die oude polygoonjournaals.”
De Vries: “In die naoorlogse hoorspelen sprak al het werkvolk plat Amsterdams, of het verhaal zich daar nu afspeelde of niet. Verrukkelijk om nu zo te mogen praten.”
De drie hebben goed geluisterd naar het handjevol oude Paul Vlaanderen-hoorspelen dat bewaard is gebleven, maar niet té goed. De Heer: “Als je die stemmen te vaak beluistert, raak je erdoor beïnvloed. Het moet wel eigen blijven.”
Passchier: “Ik heb de oorspronkelijke hoorspelen wel vaak geluisterd, maar vooral om te ontdekken hoe de verhalen in elkaar zitten. In de eerste versie van het script van Dick van den Heuvel ging Paul dood en werd Ina gek, dat sloot niet aan bij het radiospel. Bruun en ik zijn toen met Dick gaan zitten en hebben gezegd hoe wij het zagen. Hij was het meteen met ons eens. Samen met Dick hebben we de plot aangepast. Hij schreef een geweldige tweede versie, die we nu bijna ongewijzigd spelen.”
Waarna een aantal buitengewoon vrolijke repetitieweken volgden.
De Vries: “Je kunt natuurlijk heel obligaat proberen zo goed mogelijk die oorspronkelijke hoorspelen te imiteren, maar het aardige van een voorstelling over een radiospel is dat je iets anders kunt laten zien dan dat je hoort. Kleine beelden, die door ze net iets meer aandacht te geven een grappig effect hebben. Met elkaar hebben we voorwerpen gezocht om de geluiden mee te maken. Toen we de naaimachine hadden gevonden voor de automotor moest het zinnetje ‘de auto rijdt als een naaimachine’ er natuurlijk in. In het begin waren we alle drie bezig met die schoenstokken in die grindbak, tot Bruun voorstelde dat Lex in z’n eentje alle geluiden zou doen. Vonden Sander en ik natuurlijk prima. Maar theatraal heeft het ook een functie: het laat zien dat wij de ervaren hoorspelacteurs zijn, die blasé achterover leunen, terwijl Lex zich als jonkie uit de naad moet werken. Dat hoort allemaal bij die tweede verhaallaag.”
De Heer: “Wat prettig is aan de stukken van Bruun is dat je altijd duidelijk ziet dat de acteurs aan het spelen zijn. Dat geeft een grote spelvreugde, je hoeft niet te verbloemen dat je acteert. Een derde laag in deze voorstelling in feite: de acteur die speelt dat hij speelt dat hij speelt.”
De Vries: “We spelen de voorstelling in de kleine zaal, dat sluit aan bij de weinige ruimte die acteurs vroeger in zo’n hoorspelstudio hadden. Het liefste sta ik in een vlakke vloertheater. Dat je bij wijze van spreken af moet over de knieën van het publiek. Wat dat betreft is het Betty Asfalt Complex een perfecte plek.”
Paul Vlaanderen, Het Thriller Theater. 9 en 16/2, 8, 22, 29/3 om 15 en 20.30 uur in het Betty Asfalt Complex, 26/2 De Meervaart. www.thrillertheater.nl
Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood-luisterboek. Rubinstein, € 10,95





Reacties (0)