De prinses en de paradijstuin
Dolf Verroen & Thé Tjong-Khing
De prinsessen in De prinses en de paradijstuin hebben lak aan de koninklijke etiquette. Liever dan dat ze trouwen met een prins willen ze een varkenshoeder of een stalknecht. En mochten ze toch hun oog laten vallen op zo’n majestueus schepsel, dan heeft hij kromme beentjes of is hij een lamlendige niksnut.
Dolf Verroen (1928), een van de oudste nog schrijvende kinderboekenauteurs in ons land, schreef een voorleesboek vol prinsessenverhalen, waarin hij de conventies van het traditionele sprookje op vrolijke wijze ridiculiseert. Zoals het genre voorschrijft zijn ook Verroens prinsessen voorbestemd om een rijke prins te trouwen, maar de weg naar het huwelijk kent bij hem vreemde kronkels.
Dat ligt in de eerste plaats aan de prinsessen zelf. Merkwaardige types zitten ertussen. De een is kaal, de volgende een bitse ruziemaakster en weer een ander verdraagt het niet te worden aangeraakt. Zie daar maar eens geschikte prinsen bij te vinden. Niet voor niets wordt er door de vaderende koningen heel wat afgezucht in deze luchtige sprookjesparodie.
Kleuters zullen er misschien aan moeten wennen dat gekuste kikkers niet altijd in prinsen veranderen, maar na een verhaal of wat zullen ze zich verkneukelen om die gekke grieten die zich zo weinig prinsesachtig gedragen. Geen moraal is ook weleens fijn als je nog zes moet worden. En waarom zou iedereen ook altijd maar lang en gelukkig leven?
Illustrator Thé Tjong-Khing (1933), onlangs onderscheiden met de prestigieuze Max Velthuijs-prijs voor zijn oeuvre, had zich met De sprookjesverteller al ontpopt tot prinsessenspecialist. In dit boek is hij in zijn element met de obstinate vorstelijke dames. Tableau vivant-achtige tafereeltjes schilderde hij, waarbij de figuren in hun beweging lijken bevroren. Heel verfrissend dat die serene prinsessensmoeltjes ook chagrijnig kunnen kijken.
Dolf Verroen & Thé Tjong-Khing, De prinses en de paradijstuin, 57 p., Leopold, € 14,95, 5+




Reacties (0)