Interview Gideon Samson

Geplaatst op donderdag, 26 augustus 2010. Categorie: Kinderboeken, Parool, Interview

Gideon Samson (1985), zoon van een schrijvende moeder,  is de jongste auteur die ooit een Zilveren Griffel won. Tijdens het Kinderboekenbal op 5 oktober wordt bekend of hij zijn prijs mag inwisselen voor de hoogste onderscheiding: de Gouden Griffel. In Ziek komt een tienermeisje een boek lang haar bed niet uit. Het einde van het verhaal is open. ‘Lezers vragen me vaak wat Belle heeft. Ze vinden het niet te verkroppen dat haar ziekte nergens benoemd wordt.’

Ik denk dat Belle doodgaat.
Met een lachje: “O ja?”

Belle houdt een schrijfschrift bij. Ergens in je boek staat: ‘Zolang ik leef, mag niemand ooit iets uit mijn schrijfschrift horen of lezen.’ Maar wie Ziek na de laatste pagina dichtslaat, heeft zojuist haar hele verhaal vernomen. Dat betekent dus…
“Er staan wel meer van dat soort verwijzingen in het boek. Tegen haar moeder zegt Belle dat haar ziekenhuiskamer het dodenkamertje is. Dat kun je interpreteren als een vooruitwijzing naar haar dood. Ik doe er verder geen uitspraken over, mij maakt het niet uit wat de lezer denkt. Er wordt me vaak gevraagd wat Belle nu precies heeft. Mensen vinden het niet te verkroppen dat haar ziekte nergens benoemd wordt. Voor mij gaat het daar niet om. Ik weet ook helemaal niet hoe Belle eruitziet. Er zijn schrijvers die van te voren alles van hun personages weten, die kunnen vertellen wat voor schoenen ze dragen. Ik weet niets van Belle. Nou ja, dat ze geen paardenmeisje is, durf ik nog wel te zeggen. Maar verder? Ik ben geïnteresseerd in wat mensen elkaar vertellen, niet zozeer in het verhaal, dat kan me gestolen worden. Ziek laat zich in één zin samenvatten: meisje wordt geopereerd, de operatie mislukt, een paar maanden later wordt ze opnieuw geopereerd. Niet wat er gebeurt, maar hoe je het vertelt – dat is wezenlijk. Hier is dat: zo kaal mogelijk met veel dialogen, bijna als een toneelstuk.”

Je stijl is inderdaad nogal staccato. Houd je meer van punten dan van komma’s?
“Ik schrijf graag op een manier waardoor je de bladzijdes makkelijk omslaat. Ja, ik denk dat ik meer van punten houd dan van komma’s. Als mijn redacteur een nieuw manuscript teruggeeft, staan er vijfhonderd komma’s extra in. Die haal ik er dan zoveel mogelijk weer uit. Het ritme van een verhaal is belangrijk, ik ben een perfectionist, over elke komma denk ik lang na. Ik schrijf niet per se voorleesboeken, maar een boek moet wel ‘voorleesbaar’ zijn. Ik houd ervan de dingen puntig te verwoorden. Het magische van schrijven is dat je iets kunt zeggen zonder de woorden te gebruiken die dat zeggen.”

Een verhaal over een meisje dat een boek lang haar bed niet uitkomt, dat is niet alleen een ongebruikelijk onderwerp voor een kinderboek, het is ook lastig voor de schrijver: hoe houd je de spanning erin?
“Daar heb ik tijdens het schrijven nooit over nagedacht. Ziek is onder mijn vingers ontstaan, van te voren heb ik niets verzonnen. Ja, ik had een soort synopsis gemaakt, maar achteraf kun je constateren dat daarvan weinig is overgebleven. Op een gegeven moment dacht ik wel: hé, die gaat nooit meer opstaan uit dat bed, maar dat stond niet vanaf het begin vast. Net als Belles herinneringen die door het verhaal gevlochten zijn. Ineens wist ik dat die erin moesten.”

Zo klinkt het alsof het boek bijna terloops is ontstaan.
Ziek stond in drie maanden op papier. Daarna heb ik er nauwelijks meer iets aan veranderd. Het verhaal is in een soort flow geschreven. Ik had op dat moment niets anders om handen. Als je eenmaal in zo’n staat verkeert, maken je hersenen sneller verbindingen. Het leek of het schrijven me geen enkele moeite kostte: de zinnen kwamen er vloeiend uit, alsof de personages het niet anders konden zeggen dan zo. Soms vroeg ik me wel af waar ze het vandaan haalden. O ja, dacht ik dan: uit mij.”

Heet je eigenlijk echt Gideon Samson?
“Wel Gideon, niet Samson. Mijn eigen achternaam is onmogelijk voor een internationale carrière. Samson zat ooit in de familie. Ik heb die naam weer opgediept, vond het wel mooi: twee opeenvolgende namen uit het Bijbelboek Richteren.”

Je moeder Marjet van Cleeff schrijft ook kinderboeken. Is zij een voorbeeld voor je?
“Mijn moeder heeft me doen inzien dat je kinderboeken kunt schrijven. Toen ik op zeventienjarige leeftijd de eerste pagina’s schreef van wat later mijn debuut Niks zeggen! zou worden, was zij de eerste die ze las. ‘En, en?’ vroeg ik, terwijl ik ongeduldig naast haar stond te wachten tot ze ze uit had. ‘Dit wordt een boek,’ zei mijn moeder. Dat was een belangrijk moment. Als moeder is ze een voorbeeld voor me, als schrijfster minder. Wat wij doen is zo verschillend. Zij heeft het druk met heel veel andere dingen, daardoor moet ze veel harder werken om in de schrijf-flow te komen dan ik. Ze heeft ook minder de overtuiging van de pen te willen leven. Voor mij is het duidelijk: ik wil schrijven. Mijn hoofd zit vol ideeën, ik wil van alles proberen, het liefst dingen die zich niet in hokjes laten passen, ik ben als de dood voor series.”

Hoe zit het met andere inspiratiebronnen?
“Lastig om daar iets over te zeggen. Ik ben zuinig met mijn bewondering. Guus Kuijer is een fantastische schrijver, Karel van ’t Reve ook. Ik houd van Woutertje Pieterse. En van Kees de jongen, eigenlijk van alles wat Theo Thijssen geschreven heeft. Maar dat is iets anders dan inspiratie. De recensent van de Volkskrant schreef naar aanleiding van Ziek dat ik wel érg comfortabel leunde op de schouders van literaire krachtpatsers als Guus Kuijer en Veronica Hazelhoff. Van die laatste had ik op dat moment nog nooit iets gelezen. Het werk van Kuijer heb ik toen naast mijn eigen boek gelegd, maar ik ben het niet met hem eens. Taaltechnisch en stilistisch gezien schrijf ik heel anders dan hij.”

Niks zeggen! won een Vlag & Wimpel, Ziek een Zilveren Griffel. Durf je te denken aan Goud?
“De kans is niet denkbeeldig. Ik heb niet alle bekroningen gelezen, toch vind ik m’n eigen boek het beste. Is dat raar? Mensen vinden hun eigen kinderen toch ook het liefste? Het is heus niet dat ik alles wat ik schrijf geweldig vind, maar van dit boek houd ik heel veel. Er zijn schrijvers die hun eigen verhalen na verschijning nooit meer lezen. Gek hoor, ik heb Ziek wel dertig keer herlezen. Uiteindelijk is het de jury die beslist wie wint, en een jury, dat is toch gewoon een groepje mensen met een mening, dat is niet iets om wild over te doen. Dat geldt als je verliest maar ook als je wint. Mijn boek wordt er niet beter van. Dat was allang af toen het naar de jury werd gestuurd. Voor mij verandert er niet zoveel. Als ik Goud win, denk ik niet: O, zo goed is mijn boek dus.”

Dat klinkt wel heel nuchter.
“Nou ja, op het Kinderboekenbal zal ik heus wel nerveus zijn. En als ik niet win zal ik misschien een uurtje zuur kijken. En wat vroeger naar huis gaan dan vorig jaar. Ik doe er nu laconiek over, maar dat ben ik dan natuurlijk niet.”

 Gideon Samson, Ziek
Leopold, € 12,95, 11+

Social Bookmarks

Reacties (1)

  • Bart de Soet
    Bart de Soet
    15 september 2010 at 17:28 |

    Ik heb naar het lezen van dit artikel maar eens het boek van Gideon Samson ingekeken. Zag er heel goed uit, ga het zeker lezen!

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...