Staal
Theatergroep Max.
Tienerjongens worden te vaak afgedaan als lastig en te weinig gewaardeerd om hun kwaliteiten, vindt Moniek Merkx, artistiek leider van theatergroep Max. Ze maakte er een fysieke voorstelling over – ook voor meisjes.
Jongens van dertien. Van veertien, zeventien, eenentwintig. Stoer zwijgend, pokerface, baldadig een robbertje vechtend, testosteron dat met liters door hun lichaam gutst, spieren van staal – daar wordt in elk geval hard voor getraind. Regisseur en artistiek leider van theatergroep Max. Moniek Merkx had er thuis zelf één op de bank zitten. Een tienerzoon die op school werd onderwezen in vrouwenzaken: organiseren, discussiëren, plannen. Merkx, na afloop van een repetitie in haar eigen theater De Gouvernestraat in Rotterdam: “Hij kreeg te horen dat hij niet geconcentreerd was, maar niemand daagde hem uit op zíjn manier.” Het was het moment waarop de kiem voor de jongerenvoorstelling Staal, die vrijdag in De Krakeling in première gaat, werd gezaaid: “Jongens worden te weinig gehonoreerd voor hun kwaliteiten. In hun puberteit worden ze alleen maar lastig gevonden. Terwijl er zoveel grote veranderingen in hun lichaam plaatsvinden, waarmee ze maar moeten dealen. Tussen hun negende en vijftiende jaar wordt hun testosterongehalte vervijftienvoudigd. Dat heeft nogal wat gevolgen. Ze gaan hun omgeving anders interpreteren, trainen zichzelf om gevaar te zien, hun territorium te bewaken. Hun gedrag wordt onverschrokkener, agressiever, prikkels komen minder hard binnen. Het systeem dat die eigenschappen afremt komt pas later op gang, die balans is er niet meteen.” Ze zag het aan haar eigen zoon: “Ik moest hem loslaten, ook al zag ik hoe onveilig zijn wereld was – hij wilde groot zijn. Ik wilde een voorstelling maken die die vechtlust, die kracht toont. Dat je er als buitenstaander wel van kunt schrikken, maar dat je ook ziet dat die onverschrokkenheid lekker is, benijdenswaardig.”
Merkx kwam uit bij een fysieke montagevoorstelling met een documentaire-achtige structuur, waarin zeven spelers – ervaringsdeskundigen tussen de achttien en vierendertig jaar – op basis van eigen ervaringen het proces van jongen naar man tonen. “Het is geen bekentenistoneel, we spelen met wat waar en niet waar is. Hun werkelijkheid is verdicht, veralgemeniseerd. Ik wil laten zien hoe jongens in die fase met elkaar omgaan. Tijdens het repetitieproces faciliteer ik hun energie. Ik nodig ze uit dicht bij zichzelf te blijven. Tegelijk probeer ik wat zij aanbieden te structureren. Je zou de voorstelling kunnen vergelijken met de tocht van een held in een actiefilm of een game: je moet je door het leven vechten, dan word je uiteindelijk beloond met de prinses.”
Op de speelvloer begint de voorstelling twee weken voor de première langzaam vorm aan te nemen. Aan de decorwand hangen ijzeren haken, een kleedkamersetting. Daarachter zit Joop van Brakel die zorgt voor een pompende muziekscore. Aan het eind van een gevechtsscène klinkt een computertune: game over. Zeven jongen op blote voeten in trainingsbroeken doen strekoefeningen, hangen wat rond, maken speelse boksbewegingen naar elkaar, scanderen oneliners: “Wij verlaten onze liefhebbende moeders. Wij zeuren niet, wij zoeken naar oplossingen. Wij laten ons niet tegen elkaar uitspelen. Wij zijn ook weleens moe of bang. Wij willen niet dat alle vrouwen ons als onaf beschouwen.”
Merkx zit op een stoel in de zaal en kijkt nauwlettend toe. Een volgende scène wordt gerepeteerd. Joël Mellenberg, de jongste van de groep en nog student aan de mbo-theateropleiding, memoreert de laatste keer dat hij zijn vader zag, tien jaar geleden. Merkx: “De vader is belangrijk in deze fase, maar bij veel jongens is die thuis afwezig. Van deze groep heeft er niemand een fulltime vader gehad.” Er wordt een overstap naar het thema meisjes gemaakt, een staccato gezongen liedje volgt: “Ik zou nooit een meisje kunnen zijn. Ik zou verdwalen in zo’n onnavolgbaar brein. Met al die onverwachte bochten en die onvermoede krochten, ik zou nooit een meisje kunnen zijn.” Ondertussen wordt Joël door de andere jongens in een rokje gehesen.
“Tijdens de audities ben ik op zoek gegaan naar jonge acteurs met een gemêleerde achtergrond,” zegt Merkx. “Ik wilde jongens die fysiek kunnen spelen, persoonlijkheden op toneel. Dat is waar het om draait in Staal.”
Staal, theatergroep Max., 14+. 27-30/9 en 21-25/11 in Jeugdtheater de Krakeling.





Reacties (0)