Literaire roadtrip langs 100 schrijversgraven

Letterkundig Museum

Geplaatst op vrijdag, 05 februari 2010. Categorie: Parool, Boeken, Reportage

Letterkundig Museum-directeur Aad Meinderts reist de wereld rond en legt witte rozen op honderd schrijversgraven. Op De Nieuwe Ooster in de Watergraafsmeer heeft hij het druk.

Het is een gezellig laantje, daar op De Nieuwe Ooster. Op de hoek, onder een zwarte marmeren steen, ligt de communistische schrijver Theun de Vries (1907-2005). Anderhalf jaar geleden kreeg hij een nieuwe buurvrouw: dichteres en kinderboekenschrijfster Mies Bouhuys (1927-2008). Een eindje verderop staat het monument dat Jan Wolkers maakte ter nagedachtenis aan de schrijvende schoolmeester Theo Thijssen (1879-1943), wiens graf halverwege de jaren vijftig werd geruimd. Wolkers zelf is niet aanwezig, die is uitgestrooid in de tuin van zijn Texelse woning Pomona.

In de aanloop naar de heropening van het Letterkundig Museum in Den Haag op 5 maart trekt directeur Aad Meinderts de wereld rond om een hommage te brengen aan honderd dode schrijvers. De onderweg gemaakte filmpjes en reisverslagen zijn te volgen via www.wievolgt.com en zullen straks een virtuele aanvulling vormen op de vaste tentoonstelling: Het Pantheon – 100 schrijvers, 1000 jaar literatuur.

De afgelopen dagen was Meinderts onder meer in Jeruzalem (Jacob Israël de Haan) en Ibiza (Bert Schierbeek). Hier in Amsterdam schiet het op met de lijst; in twee dagen tijd worden zestien schrijvers geëerd.

Glibberend over de beijzelde grindpaden begint de dag in de Watergraafsmeer bij Theun de Vries. Teuntje Klinkenberg, vrouw van De Dijk-zanger Huub van der Lubbe en opgegroeid in een communistisch milieu, leest voor de gelegenheid voor uit Het meisje met het rode haar. Op de achtergrond klinkt het geruis van de snelweg. De dreunende herrie van een naburige grafdelver stoort meer, maar die blijkt bereid het werk een paar minuten neer te leggen. “Thuis hadden we het complete werk van Theun de Vries in de kast staan,” zegt Klinkenberg. “We waren trots dat hij als schrijver zo openlijk communist durfde te zijn. Mijn grootvader heeft hem nog gekend. Toen hij stierf in een concentratiekamp heeft Theun de Vries een gedicht aan hem gewijd. Ik las Het meisje met het rode haar toen ik een jaar of twintig was en vond het prachtig. Hannie Schaft was voor ons het toonbeeld van het communistische verzet.”

Na het voorlezen vertelt Meinderts iets over de schrijver: “Theun de Vries was vooral een groot verteller. Hij verdient dan ook een plekje in het Pantheon.” De roos wordt gelegd, de steen gefilmd en de eerste hommage voor die dag is volbracht. Voor de ochtend staan verder nog Nescio, Potgieter, Jacques Perk en Albert Helman op het programma.

Maar nu eerst naar Theo Thijssen. Het tussenliggende graf van Mies Bouhuys wordt overgeslagen, zij is niet opgenomen in het Pantheon. Toen de lijst met schrijvers werd samengesteld leefde Bouhuys nog en dood zijn was nu eenmaal het belangrijkste criterium om in de selectie te worden opgenomen.

Wel lullig, vindt Meinderts als hij haar steen passeert. “Nu ligt ze hier tussen twee mannen met een roos, terwijl haar eigen graf leeg is. Ter compensatie ga ik vanavond háár gedichten lezen.”

www.wievolgt.com

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...