Proosten op het laatste nippertje

Mee met Het laatste nippertje, Wim T. Schippers

Geplaatst op woensdag, 14 december 2011. Categorie: Parool, Theater, Reportage

De nieuwste Wim T. Schippers-voorstelling reist door het land. Een avond mee met de acteurs en de schrijver.

Voor alle duidelijkheid: de schrijver vergat geen voorzetsel toen hij de titel voor zijn voorstelling bedacht. Natuurlijk niet. Het laatste nippertje is het geesteskind van Wim T. Schippers, woordkunstenaar, taalgrappenmaker. Iemand die zijn personages ‘bramenjam’ laat scanderen, omdat dat zo aardig te ontrafelen is tot ‘bram en jam’. Bij zo’n schrijver kan een nipper zomaar een populair visgerecht zijn. De klant voor u bestelde zojuist de laatste.

16.15
Er wordt verzameld voor het Amstel station. ‘Bizarre logica in nieuwste stuk Wim T. Schippers eindelijk in Amsterdam’ staat op reclameborden in de stad. Bizarre logica – daar moet in de auto op weg naar Theater de Veste in Delft langdurig de gek mee worden gestoken. Met links Kees Hulst en rechts Titus Muizelaar (sinds Wuivend graan (2007) benoemd tot ultieme Schippers-acteurs) en de schrijver zelf op de achterste bank, zodat ook af en toe Kermit de Kikker ter sprake komt, over wie een film in de maak is die door Schippers wordt ingesproken. Met echte acteurs, nota bene. Wat weer aanleiding is voor nieuwe grappen, want échte acteurs... Een volgend moment verschuift de aandacht naar het wolkendek boven de stad, worden Shakespeare en Tjechov erbij gehaald (‘die wolk lijkt op een kameel c.q. concertvleugel’) en gaat het over chocoladepindarotsjes, kleedkamerspecialiteit van Theater de Veste. De dames uit de voorstelling, de lange Mareille Labohm en de niet zo lange Tarah Ouwerkerk, glimlachen maar zo’n beetje om de verbale spielerei. Vijfde acteur Abdelhadi Baaddi is er niet bij, hij reist vandaag met eigen vervoer. Met een journalist erbij was de Chevrolet vol.

17.30
Backstage bestaat Theater de Veste uit een grote hoeveelheid gangen en trappetjes. De vijf kleedkamers zijn allemaal vrij maar de acteurs houden het bij twee: een voor de mannen en een voor de vrouwen. Baaddi heeft zich inmiddels bij het gezelschap gevoegd. En ja hoor: de chocoladepindarotsjes staan klaar. Schippers vindt op een tafeltje een theaterbrochure: “Eindelijk weer een Wim T. Schippers,” leest hij hardop. “Eindelijk weer?! Alsof ik niks anders te doen heb.” Muizelaar mengt zich in het gesprek en stelt voor dat de journalist de voorstelling vanavond vanaf het toneel kijkt. Schrikbeelden van een stoel in een hoek van de speelvloer terwijl heel Delft toekijkt. Dit is Schippers, in zijn ‘bizarre logica’ kan zomaar een passerende journalist worden ingepast, maar Muizelaar zegt dat hij de coulissen bedoelt – ‘natuurlijk’. Ah, natuurlijk.

18.00
De vegetarische maaltijd van de Amsterdamse cateraar smaakt uitstekend. Schippers memoreert een theaterrecensent die in zijn kritiek alleen het diner dat hij na afloop at besprak. Muizelaar mengt in een groezelig wijnglas een schep overgebleven tomatensaus met water en mikt er wat opgeklopte melk van zijn cappuccino bij. Tegen Labohm, terwijl hij het brouwsel laat ronddraaien in zijn glas: “Kijk, zo is-ie goed op kleur.” Een terugkerend ritueel, licht Hulst toe. Iedere avond mixt Muizelaar een smerig goedje dat hij later als ober op het toneel aan Hulst serveert. Die brokjes aan de rand zijn wel erg goor, vindt Hulst. Vindt Muizelaar niet. Vindt Hulst wel. Waarop de brokjes met een servet verwijderd worden.
In de voorstelling heeft Hulst de ingewikkeldste tekst. Is hij niet bang de fout in te gaan met Schippers’ complexe zinsconstructies? Neuh, zegt Hulst. “Als je met je bek vol tanden staat, komt het aan op het red-je-reet-spelen.”
Schippers vertelt ondertussen over zijn stuk. Na het superrealistische Wuivend graan wilde hij iets anders. Iets associatievers, een beetje in de lijn van Kutzwagers (1984): weinig plot, veel chaos en rare wendingen. Zo ontstond in 2009 de uit losse scènes bestaande lunchvoorstelling Wat nu weer, nu uitgebreid tot het avondvullende Het laatste nippertje. “Met atonale muziek en beweging die verder gaat dan clichédansjes,” aldus Schippers. “Kunst is gekkigheid, het is geen wetenschap waarin je alles moet checken. Een toneeltekst is een halfproduct, een groot deel ontstaat uit een wisselwerking met de acteurs. Dat spel vind ik leuk, raadselachtige optredens op een podium. Het blijft een rare kunstvorm, een beetje spelen met een lichtje erop. In de jaren zeventig kreeg ik de zalen vol met experimenteel toneel, tegenwoordig kijken mensen minder snel ergens van op. Niet dat ik wil choqueren, ik vraag juist aandacht voor het oninteressante, ‘zaken der waarachtige oninteressantie’. Een pindakaasvloer. Een zaal gevuld met glasscherven. Mensen zeggen vaak dat humor plat is, dat het makkelijk is. Onzin. Lachen is een fantastische emotie. Het vervult je hele geest, voor een moment ben je van alles los gezongen.”

19.00
De acteurs verkennen het toneel. Het decor – een vrijstaande deur, een lantaarnpaal met een kronkel – staat op z’n plek. In de coulissen een vleugel, een scooter, een fiets, een televisie, stoelen die als je ze neergooit uit elkaar vallen, aan beide kanten kledingrekken. Labohm en Baaddi oefenen een nieuwe choreografie, terwijl Muizelaar toekijkt. Ouwerkerk test zingend het geluid. Schippers steekt zijn hoofd om de hoek van de toneeldeur. Hulst: “Kijk, dat vindt Wim leuk.” Daarna gaat het over ‘bumsen, ficken und blasen’, een tekst die Schippers als opdruk op een T-shirt zag.

19.30
In de kleedkamers leggen Labohm en Ouwerkerk de laatste hand aan hun make-up. “We delen altijd een kleedkamer,” zegt Labohm. “Even kletsen, even rust van de mannen…” Ze lachen. Het is ook leerzaam, met deze groep op tournee, vinden ze. “Je wordt getraind ad rem te zijn. En je wordt meegezogen in de energie van de anderen. Als ik Kees en Abdel de eerste scène hoor doen, kan ik niet achterblijven.”
Muizelaar komt binnen, pakt de haarlak van de dames, spuit zijn kuif stijf. Labohm: “Wij hebben ook heel lang zijn tandpasta gebruikt.” Baaddi verschijnt en stevent recht op de chocoladepindarotsjes af. De zenuwen komen straks pas, vlak voor hij op moet, zegt hij. Maar dat is niet erg: “Zonder spelen zou niet goed zijn.”

20.00
Vanuit de coulissen is te horen hoe de zaal volloopt. Geroezemoes, gekuch, geschuifel op stoelen. Er wordt nog wat gefrunnikt aan een weerbarstige haarlok. Kostuums worden gladgestreken, een zonnebril opgezet. Naast een kledingrek staat het stoeltje voor de journalist klaar. Of die ook bloot over het toneel wil fietsen. Eh, nee, bedankt. Muizelaar heeft zich op het toneel achter de deur gepositioneerd, onzichtbaar voor het publiek. Er worden grappen gemaakt, van zenuwen is niets te merken. Hulst mompelt iets over het licht dat niet helemaal deugt en verdwijnt links achter het achterdoek. En dan is er toch even paniek. De voorstelling is begonnen en Hulst zit in de eerste scène. Vanaf de andere kant van het toneel komt Baaddi op een scooter op de coulissen af gereden, waar hem een reprimande van Hulst te wachten staat. Maar Hulst is er niet. “Kees, Kees!” fluister-roepen Muizelaar en Labohm. Op het laatste nippertje (what’s in a name) springt Hulst op zijn plek en spreekt de scooterrijder bars toe.

20-15-22.00
Er gaan dingen mis. Ouwerkerk zwikt op een hoge rode hak. Muizelaar steekt het toneel over zonder de tassen die hij had moeten meenemen. Een door Baaddi aan een touw voortgetrokken speelgoedbus blijft hangen achter een plooi in het tapijt. Hulst in de coulissen: “Ai. Benieuwd hoe ie dat gaat oplossen.” De zaal heeft niets in de gaten. Die kijkt en lacht. Er gaat dan ook veel goed. Verbluffend veel eigenlijk, gezien de logistieke complexiteit van de voorstelling. Offstage duurt de drukte bijna twee uur voort. Labohm knoopt Muizelaars overhemd dicht tijdens een snelle verkleedpartij. Muizelaar trekt aan zijn stijve haar. “Staat het overeind?” “Beethoven ben je.” De vleugel wordt het toneel opgereden. Baaddi start opnieuw de scooter en neemt plaats op het zadel, bloot dit keer. Het zingen gaat goed. Het nieuwe dansje mislukt. Pech, morgen nog eens oefenen. En dan is het doek, applaus, terugkomen, meer applaus en nog eens terugkomen.

22.15
“Het was fijn publiek,” zegt Muizelaar na afloop in de foyer. Er is bier, er zijn kaasjes, er is een buitengewoon lekkere tapenade. “Een goede zaal kan je omarmen, dat geeft een enorm licht gevoel tijdens het spelen, zeker met een ingespeelde voorstelling. Hier in Delft heb je het gevoel dat de mensen het stuk echt graag willen zien, er zit geen cynisme bij.”
Een zichtbaar blije Schippers heft het glas. Nu mag het voorzetsel er wel voor, zegt hij. Proost, klinkt het van zes kanten. “Op het laatste nippertje.”

Het laatste nippertje, Hummelinck Stuurman. 20-22/12 en 1-8/1 DeLaMar, 20/1 Schouwburg Amstelveen.

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...