Interview Jan Terlouw
Gisteren ging op het Cinekid Festival Briefgeheim in première, gebaseerd op een kinderboek van Jan Terlouw. Regisseuse Simone van Dusseldorp heeft het goed gedaan, vindt hij. ‘Als kijker ga je een beetje van die kinderen houden.’
Vanaf het terras zie je ze staan: vier koeien met hun kroost. Als het moet helpt hij met kalven, zegt Jan Terlouw (1931). Toen hij nog Tweede Kamerlid voor D’66 was en later minister van Economische Zaken verdiende hij niet meer dan de Balkenende-norm, daarmee had hij zijn landhuis in de Gelderse uiterwaarden niet kunnen kopen. Het is dankzij zijn jeugdboeken dat hij hier – hij gebaart naar de dertien hectaren land, de schapen die een weiland verderop tevreden in de herfstzon staan te soezen – kan wonen.
Veertig jaar geleden debuteerde Terlouw als kinderboekenschrijver met twee boeken: Pjotr en Oom Willibrord, toen nog bij uitgeverij Unieboek. Paul Biegel was er destijds adviseur. Nog voor publicatie van die twee titels leverde hij het manuscript in voor een derde boek: Koning van Katoren. Dat is nou jammer, reageerde Biegel, maar het sprookjesachtige verhaal met al die ministers, dat was het toch niet. Uitgeverij Lemniscaat dacht er anders over en een jaar later won Terlouw zijn eerste Gouden Griffel met het boek waarin de volwassen lezer het partijprogramma van D’66 herkende. Inmiddels geldt Koning van Katoren als een klassieker en wordt gewerkt aan de verfilming.
Het is de derde film gebaseerd op Terlouws werk na het met lof overladen Oorlogswinter en Briefgeheim, dat morgen de openingsfilm is op het Cinekid Festival. Het oorspronkelijke verhaal is gemoderniseerd, zegt Terlouw over deze nieuwste film naar de kinderdetective die hij 37 jaar geleden schreef. “De spionagezaak is een eigentijdse witwasaffaire geworden, de locatie is verplaatst naar de Loosdrechtse plassen en hoofdpersoon Eva voelt zich niet in de steek gelaten door haar ouders omdat ze voortdurend ruzie maken, maar omdat ze nooit tijd voor haar hebben.” Moeite met de aanpassingen had hij niet. “Als auteur kun je wel een veto eisen, maar dan weet je zeker dat een film nooit van de grond komt. Wat je wel kunt doen is overleggen, bezwaren uiten en hopen dat er iets mee gedaan wordt. Maar als schrijver ben je niet medeverantwoordelijk voor het eindproduct, het blijft een andere kunstvorm.”
Anders dan Oorlogswinter is Briefgeheim een echte kinderfilm. Regisseuse Simone van Dusseldorp (Kikkerdril, Diep) heeft het goed gedaan, vindt Terlouw. “Als kijker krijg je iets met de kinderen in de film, je gaat een beetje van ze houden.”
Het boek, dat nu als filmeditie in de winkel ligt, schreef hij in twee weken tijdens een zomervakantie in Renesse. “Ik houd niet zo van zand tussen m’n boterhammen. Als m’n vrouw met de kinderen naar het strand ging, bleef ik in het huisje en werkte aan mijn verhaal. ’s Avonds las ik de kinderen voor wat ik geschreven had. Die vonden het spannend genoeg om me op een zeker moment te verbieden nog mee naar zee te gaan – ze wilden weten hoe het met Eva afliep.”
Na zijn kinderen jaren zelfverzonnen verhalen te hebben verteld, begon Terlouw in 1970 op aandringen van zijn vrouw met schrijven. “Ik was bijna veertig, zat in het natuurkundig onderzoek en vroeg me af of dat was wat ik de rest van mijn leven wilde: veel weten van weinig. Met die jeugdboeken ben ik met frisse tegenzin begonnen, ik hield nooit zo van schrijven. Mensen vragen vaak of het een hobby is, ze denken dat ik schrijf voor de ontspanning, maar voor mij is het altijd een inspanning gebleven, iets waartoe ik me moet zetten. Ik kan het wel snel, schrijf als een journalist, maar ik begin pas nadat ik lang over een thema heb nagedacht. Als schrijver ben ik erg verwend. De afgelopen twintig jaar heb ik weinig voor kinderen gepubliceerd, maar al mijn boeken zijn nog in druk, ik denk omdat ik in mijn verhalen nooit modistische of vergankelijke onderwerpen heb aangesneden.”
Met zijn dochter Sanne publiceert hij tegenwoordig detectives voor volwassenen. Zijn laatste boek voor kinderen verscheen drie jaar geleden. “Ik vind dat ze me ontsnapt zijn, jongeren leven nu zo anders dan vroeger, ik weet niet wat ik nog moet vertellen.”
Deze zomer bleek uit onderzoek dat Jan Terlouw de Nederlandse schrijver is met de sterkste reputatie, sterker dan Harry Mulisch en Carry Slee. Een leuk bericht, maar wel een dat je in perspectief moet plaatsen, vindt hij. “In Nederland was ik de eerste die politieke thema’s in jeugdboeken beschreef, maar de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur heb ik nooit gekregen. Blijkbaar zijn de literaire merites van een schrijver belangrijker dan of hij goede boeken schrijft voor een groot publiek. Een beetje armetierig vind ik dat.”
Jan Terlouw, Briefgeheim
Lemniscaat, € 12,50, 10+





Reacties (0)