Interview Jet van Overeem
Gemeentemuseum Den Haag
Het Gemeentemuseum Den Haag koppelt kindertentoonstellingen aan exposities voor volwassenen. Zondag opent Nacht in het poppenhuis en wordt het gelijknamige kinderkunstboek van Thé Tjong-Khing en Anna Woltz gepresenteerd. Hoe een succesformule kunst bij kinderen brengt.
De opzet is even eenvoudig als doeltreffend en kan als voorbeeld dienen voor veel Amsterdamse musea: bij grote nieuwe exposities of bij een belangrijk onderdeel uit de eigen collectie wordt in een aangrenzende zaal een thematisch verwante kindertentoonstelling georganiseerd. Een illustrator wordt benaderd een bijpassend kinderkunstboek te maken, waarvan de tekeningen samen met objecten uit het museum worden geëxposeerd. De formule is zo succesvol dat mensen staan te dringen om zich op de mailinglijst voor de kinderopeningen te laten zetten. In het Gemeentemuseum geen gedoe met schoolklassen om bij het persmoment de juiste hoeveelheid kinderen bijeen te hebben; ouders met kinderen melden zich zélf. Op de laatste opening kwamen een slordige vijfhonderd bezoekers af – een aantal waar menig educatief museummedewerker jaloers op zal zijn. Komende zondag opent de nieuwste tentoonstelling Nacht in het poppenhuis, aansluitend bij expositie XXSmall. Poppenhuizen en meer in miniatuur rond het achttiende-eeuwse poppenhuis van Sara Rothé.
Na een tentoonstelling rond het werk van de Haagse tekenaar Max Velthuijs (1923-2005) drie jaar geleden, waarin te zien was hoe elementen uit de wereld van zijn beroemde creatie Kikker terugkwamen in kunstwerken uit de museumcollectie, ontstond in 2009 het idee voor de huidige opzet. Schrijver en tekenaar Daan Remmerts de Vries werd gevraagd een kinderkunstboek te maken bij de expositie Kandinsky en Der Blaue Reiter. Geen educatieve uitgave, zoals de meeste kunstboeken voor kinderen, maar een prentenboek dat de verbeelding van kinderen zou prikkelen. Met Meneer Kandinsky was een schilder zette Remmerts de Vries de toon voor een reeks, waarin inmiddels iedere paar maanden een nieuw deel verschijnt. De serie, een samenwerking van uitgeverij Leopold in Amsterdam en het Gemeentemuseum, getuigt van durf; kunstboeken voor kinderen zijn over het algemeen geen bestsellers.
“Onze directeur Benno Tempel werkte eerder bij de Kunsthal in Rotterdam,” zegt conservator educatie Jet van Overeem (1968). “Samen met uitgeverij Waanders gaven ze daar een serie kinderkunstboeken uit. Net als ik vond Benno het een schande dat er in museumwinkels zo weinig boeken over kunst voor kinderen lagen; wij wilden graag een nieuwe reeks opzetten. Benno was totaal niet huiverig dat we de boeken niet zouden verkopen. Wel vonden we allebei dat we het concept van de Kunsthal niet moesten herhalen.” Dat concept bestond eruit dat bekende Nederlanders – niet per se kunstkenners – een boek schreven dat aansloot bij een expositie voor volwassenen. Het is merkwaardig dat als het om het ontsluiten van beeldende kunst voor kinderen gaat het altijd gezocht wordt in de klassiek educatieve hoek van kennisoverdracht, vindt Van Overeem. “Terwijl dat beslist niet de enige manier is om kinderen te bereiken. Ik denk zelfs dat het traditionele leren niet de beste pedagogische ingang is als het om kunst gaat. Als je kunst persoonlijk maakt en de fantasie van kinderen weet te prikkelen, zet je hun aan hun eigen creativiteit en gevoel voor kunst te ontwikkelen.”
Van Overeem stelde voor een serie voor jonge kinderen te maken, omdat daar nauwelijks iets voor bestond op kunstgebied. Met Meneer Kandinsky was een schilder ging de serie flitsend van start; het boek is inmiddels toe aan een zesde druk en werd bekroond met een Zilveren Griffel. Een aanzienlijk deel van de oplage werd verkocht in de museumwinkel van het Gemeentemuseum, waar de boeken voor kinderen een vaste plek hebben naast de catalogi voor volwassenen. Het afgelopen jaar maakte Marije Tolman het kunstprentenboek Ensor – de grote maskerade bij een expositie over James Ensor en tekende en schreef Wouter van Reek Keepvogel en Kijkvogel in het spoor van Mondriaan over het leven en werk van Piet Mondriaan. Het boek werd op de Bienále Ilustrácií Bratislava bekroond met de prestigieuze Gouden Appel. Voor het voorjaar staat een boek van Sieb Posthuma over Alexander Calder op stapel. De serie is prachtig, vindt Van Overeem. “De boeken zijn kunstboeken op zich. Bezoekers sparen ze. Daarnaast zijn ze ondergebracht in een lespakket voor scholen, zodat docenten het museumbezoek in de klas kunnen voorbereiden.”
Over de keuze van de illustratoren wordt zorgvuldig nagedacht door de uitgeverij en Van Overeem. “Tekenaars moeten iets met het onderwerp hebben. Soms is een kunstenaar ‘te groot’ en durven illustratoren zich er niet aan te wagen. Bij het creëren van de boeken laten we de makers helemaal vrij, maar ik probeer ze wel zoveel mogelijk te voeden met inhoudelijk materiaal en te zorgen dat de samenwerking warm bloed heeft. Het is fantastisch te zien hoe tekenaars voor deze serie in het werk van een kunstenaar duiken. Een prentenboek maken dat de verbeelding stimuleert is honderd keer moeilijker dan het produceren van iets educatiefs.”
In de tentoonstellingen vormen de boeken de brug tussen de kinderwereld en die van volwassenen. De illustraties uit het boek worden altijd gecombineerd met kunstobjecten uit de collectie, die een lijntje trekken naar de expositie voor volwassenen. Van Overeem: “Het is leuk dat we zo’n brede collectie hebben: van kunstnijverheid en mode tot beeldende kunst. Bij de eerste Kikker-tentoonstelling hing werk van Morandi, Breitner en Co Westerik, dat Velthuijs heeft geïnspireerd, tussen zijn eigen tekeningen.” Ook voor de nieuwe tentoonstelling Nacht in het poppenhuis heeft Van Overeem objecten gevonden die een link leggen tussen het boek van Thé Tjong-Khing en Anna Woltz en de grote expositie in de aangrenzende zaal. “Er is een hemelbed, antiek speelgoed en scènes uit het boek worden verbeeld door levensgrote poppen, gekleed in achttiende-eeuwse kostuums. Langs één wand is een poppenhuis gebouwd, waarin kinderen zelf met allerlei voorwerpen kunnen spelen. Ik ben heel blij dat de zaal die we vorig jaar gebruikten om de tekeningen van Daan Remmerts de Vries te exposeren is uitgegroeid tot vaste plek voor kindertentoonstellingen.”
Nacht in het poppenhuis is van 12 november t/m 5 februari te zien in het Gemeentemuseum Den Haag en sluit aan bij de gelijktijdige tentoonstelling XXSmall. Poppenhuizen en meer in miniatuur. www.gemeentemuseum.nl
Thé Tjong-Khing en Anna Woltz, Nacht in het poppenhuis. Leopold/Gemeentemuseum Den Haag, € 13,95





Reacties (0)