Interview Marije Tolman

Gouden Penseel 2010

Geplaatst op donderdag, 07 oktober 2010. Categorie: Kinderboeken, Parool, Interview

Marije (1976) en haar vader Ronald Tolman wonnen met hun tekstloze prentenboek De boomhut het Gouden Penseel 2010 voor het mooist geïllustreerde kinderboek. Sinds gisteren zijn een aantal van de originele prenten te zien in het Rijksmuseum. Hoe de samenwerking tussen een illustratrice en een beeldend kunstenaar leidde tot een prijzenregen en internationaal succes.

Je vader is beeldend kunstenaar, jij illustreert kinderboeken. Zo vader, zo dochter?

“Dat lijkt nu zo, maar zo is het niet altijd geweest. Als kind woonden we in een oude boerderij in Beuningen, een dorp aan de Waal bij Nijmegen. Mijn vader was kunstenaar en als gezin waren we arm. We leefden min of meer zelfvoorzienend met een groentetuin en dieren die we zelf slachtten. Mijn moeder bakte zuurdesem brood dat dagen moest rijzen en zo hard als steen was. Ik zat hele middagen te knutselen en tekenen in m’n vaders atelier. Het was een plezierige jeugd, maar toen ik na m’n eindexamen moest besluiten wat ik ging studeren, werd het grafisch en typografisch ontwerpen en niet illustratie of vrije kunst – ik wilde enig perspectief op een baan waarmee ook geld te verdienen viel.”

 

Toch illustreer je nu kinderboeken.

“Na m’n studie heb ik een tijdje bij een grafisch ontwerpbureau gewerkt. Dat was niks voor mij. Het vak was veel saaier dan ik had verwacht – werken voor een baas, met z’n allen op een rijtje achter je computer zitten. Bovendien zocht ik in m’n werk steeds meer naar illustratieve oplossingen. Zo kwam ik in 2004 uit bij het illustreren van kinderboeken. Dat is ook een toegepaste vorm van kunst, maar vergeleken met grafisch ontwerpen is het een Utopia aan vrije mogelijkheden. Het is een beroep dat me past als een sok. De totale overgave waarmee ik werk bezorgt me een gevoel van ontspanning en gelukzaligheid dat ik vroeger ook had als ik in m’n vaders atelier bezig was. Volledig autonoom werken zou ik overigens niet kunnen. Ik vind het prettig om houvast te hebben aan een tekst.”

 

Maar De boomhut is een prentenboek zonder woorden, daarbij kon je niet leunen op het idee van een schrijver.

“Dat klopt. Met dit boek heb ik de vrije kant van het illustratievak ontdekt. M’n vader en ik hadden al langer de wens een gezamenlijk project te doen. Bij mij ontstond het idee om een tekstloos verhaal te maken dat zich afspeelt in één decor; alle tekeningen moesten dezelfde achtergrond hebben. Het leek me waanzinnig om die achtergrond te etsen, maar zelf ben ik daar niet zo goed in. Toen dacht ik: misschien is dit het boek dat ik samen met m’n vader moet maken.”

 

Hoe ging het verder?

“M’n vader heeft de ets van de boomhut gemaakt, die komt op iedere tekening terug. Daarnaast heeft hij per plaat elementen toegevoegd: water, regen, sneeuw, kleur. Vervolgens ben ik in zijn etsen dieren gaan tekenen. Daarbij ben ik schilderachtiger te werk gegaan dan in mijn eerdere boeken – in gemengde techniek, het draait minder om de lijnvoering. Onze samenwerking bleek een gouden formule te zijn: we zaten niet op elkaars lip, maar stimuleerden en inspireerden elkaar met tekeningen die we heen en weer stuurden tussen Beuningen en Den Haag. Visuele cadeautjes, noemde mijn vader het. We hebben er bewust voor gekozen geen duidelijke verhaallijn aan te brengen om zoveel mogelijk ruimte te laten voor de eigen verhalen van lezers. Zelf hebben we vooral gezocht naar sfeer en emotie. Daardoor was het wel spannend of het boek voor het publiek te volgen zou zijn, maar het grappige is dat we inmiddels veel reacties hebben gekregen waaruit blijkt dat mensen allerlei lagen in het boek ontdekken. De schoonheid van de natuur is voor ons bijvoorbeeld belangrijk, maar die lijn hebben we er niet expliciet in gestopt. Nu blijkt dat lezers dat er toch uithalen. Alsof ze onze ziel in het boek terugzien.”

 

Zijn er kunstenaars die je bij het werken aan dit boek hebben geïnspireerd?

“Met m’n zoontje van drie ga ik graag naar het Mauritshuis. Daar hangt Het aardse paradijs, een samenwerking van Brueghel de Oude en Rubens. Brueghel schilderde het landschap en de dieren, Rubens maakte Adam en Eva. Ik was benieuwd of ik kon zien waar het werk van de één overging in dat van de ander. Op het schilderij staan dieren uit verschillende biotopen vredig bij elkaar: leeuwen en tijgers naast koeien en herten. In De boomhut heb ik ook beesten uit verschillende werelden samengevoegd: een bruine beer en een ijsbeer, panda’s, een pauw, flamingo’s. Daarnaast hebben we in ons boek geprobeerd de sfeer van zeventiende-eeuwse schilderijen op te roepen; door de etsen ontstaat de suggestie van ‘oud’ papier.”

 

En toen verscheen het boek en begon de grote zegetocht.

“Dat heb ik destijds niet zo ervaren, maar achteraf klopt dat beeld wel. Bij verschijning werden de illustraties geëxposeerd in de Kunsthal in Rotterdam. Daar hebben ze twee maanden op zo’n centrale plek gehangen dat je je best moest doen om ze niet te zien. Toen kwamen de eerste positieve reacties. Daarna kregen we bericht van de uitgeverij dat het boek bekroond was met de Italiaanse Ragazzi Award. Ik had wel van de prijs gehoord, maar wist niet dat de impact ervan in het internationale boekenwereldje zo groot was. De prijsuitreiking vond dit voorjaar plaats op de Kinderboekenbeurs in Bologna. Daarna toonden steeds meer buitenlandse uitgevers belangstelling voor ons boek. Op dit moment zijn er vertalingen in de maak voor zes landen. Voor m’n vader ging er een nieuwe wereld open: het kinderboekenvak is veel vriendelijk dan de wereld van de vrije kunst, waarin het er vaak nogal hard en egocentrisch aan toegaat.”

 

En nog hield het succes niet op. Het boek werd genomineerd voor de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs – een unicum voor een tekstloos boek – en jullie prenten reizen door Europa.

“Ja, vanaf deze maand reist er een tentoonstelling door Frankrijk en Italië. Waarschijnlijk eindigt de expositie in Centre Pompidou in Parijs. Toen we door het Rijksmuseum gevraagd werden onze illustraties tijdens de Kinderboekenweek bij hen te exposeren heb ik geantwoord dat ze niet alle prenten konden krijgen omdat een deel dan misschien in Pompidou hangt.” Tolman lacht. “Dat was leuk om te zeggen, ja, zo ijdel ben ik dan ook wel weer.”

 

Nog even over het omslag van jullie boek. Daarop zwemt een blauwe vinvis in zee met een ijsbeer op z’n rug. Geen boomhut te bekennen.

“Dat beeld is per ongeluk ontstaan. Mijn vader had een zee geëtst. Daarin begon ik toen vrij intuïtief die walvis te schilderen. Jammer, dacht ik toen de plaat af was, dit beeld is onbruikbaar voor het boek, het heeft niks met de boomhut te maken. Maar de illustratie belandde op de stapel tekeningen waarmee we later naar de uitgeverij gingen en daar viste de uitgever hem er meteen uit en zei: ‘Dit wordt het omslag.’ Wij zaten te zeer in het proces om te zien dat het een heel krachtig coverbeeld was, hij had meer afstand en zag dat het goed was.”

 

Je bent zes jaar bezig als illustrator en hebt het Gouden Penseel gewonnen. Blijft er nog iets te wensen over?

“Als illustrator heb ik nog honderdduizend dingen te ontdekken. Het kan altijd mooier, welke prijs je ook wint, je moet nooit denken dat je er bent. Maar wat ik nu doe is wel mijn grootste droom: maken wat je wilt en daarmee mensen weten te raken. Het is een wolk waarop ik graag nog even verder dobber.”

Marije en Ronald Tolman, De boomhut
Lemniscaat, € 14,95

De originele prenten van de Penseelwinnaars 2010 zijn t/m 6 december te zien in het Rijksmuseum. www.kinderboekenweek.nl

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...