Interview Sjoerd Kuyper
Naar aanleding van 'Mijn opa de bankrover'
Sjoerd Kuyper schrijft kinderboeken, filmscenario’s, musicals, gedichten, brieven en liedjes. Vanaf morgen draait zijn film Mijn opa de bankrover in de bioscoop, gebaseerd op z’n eigen kinderboek. ‘Als ik de kans krijg prop ik overal een liedje in.’
De twee mannen aan het tafeltje bij het raam lachen te luid en de foto is vast mislukt, sombert Sjoerd Kuyper (1952) – door de snijdende februariwind stroomden de tranen over z’n wangen. Maar verder gaat het goed met hem. De misère van de Annie M.G. Schmidt-lezing van anderhalf jaar geleden is achter de rug. Daarin fulmineerde Kuyper tegen het moderne uitgeven dat in zijn ogen cijfers laat prevaleren boven kwaliteit. Het kostte hem zijn uitgever, maar lang zat hij niet zonder. Op tafel ligt een exemplaar van Mijn opa de bankrover, net verschenen bij Lemniscaat. De gelijknamige film waarvoor hij zelf het scenario schreef, met een prachtrol van Michiel Romeyn als opa Gerrit, staat op het punt uit te komen. Het laatste deel in zijn serie kleuterverhalen over het jochie Robin ligt bij Gouden Penseel-winnares Marije Tolman die het gaat illustreren. En nog iets om naar uit te kijken: het reisje naar Aruba. Op uitnodiging van het Nederlands Letterfonds mag hij er een maand naartoe om een beginnende schrijver te begeleiden. Daarna is Kuyper van plan aan een nieuw jeugdboek te beginnen. Na alle films en musicals (onder meer Dromen zijn bedrog en Kruimeltje) wil hij even werken zonder pottenkijkers. Hoewel, relativeert hij meteen: “Die pottenkijkers kunnen je ook tot grote hoogten stuwen.”
Een idee voor z’n nieuwe boek heeft hij al, maar meer wil hij er niet over kwijt. “Behalve dat ik wil schrijven zonder te weten hoe het verhaal precies in elkaar steekt. Normaal bedenk ik van te voren hoe het afloopt, hoeveel hoofdstukken een boek krijgt, wat er onderweg gebeurt; ik ben een man van schema’s. Maar collega’s hebben me overtuigd dat het veel leuker is gewoon te beginnen en dan maar zien hoe het loopt. Dat wil ik nu proberen.” Hij pauzeert even, draait een sjekkie, kijkt dan geamuseerd op: “Toen ik erover nadacht begon zich in m’n hoofd alweer een schema af te tekenen. Ik denk dus dat ik het niet kan.”
Sjoerd Kuyper debuteerde in 1974 met een gedichtenbundel voor volwassenen. Een jaar later verscheen zijn eerste kinderboek, Het boek van Ko de Boswachter. Hij noemt het een mooie zuivere periode, de jaren waarin hij en zijn collega’s Ted van Lieshout en Koos Meinderts begonnen met schrijven: “Na de klassiekers van Tonke Dragt en Paul Biegel en voor de huidige hypecultuur.” In 1992 brak hij door met de film en het boek Het zakmes. Het was kort na Mijn vader woont in Rio van Burny Bos en Ben Sombogaart en vanaf dat moment ging het hard met de volwassenwording van de Nederlandse kinderfilm, aldus Kuyper. “De kwaliteit steeg met 200 procent. Met dank aan Burny Bos,” voegt hij er nadrukkelijk aan toe, dat mag weleens gezegd worden. Het zakmes deed nauwelijks iets in de bioscoop, maar verkreeg via een achterdeur van prijzen, festivals en tv-uitzendingen, alsnog z’n status. Het boek behoort samen met het met de Gouden Griffel bekroonde Robin en God tot zijn best verkochte titels, goed voor 55.000 exemplaren.
Kinderboeken, scenario’s, musicals – Kuyper heeft niet meer met het een dan met het ander. “Het zijn drie manieren om me uit te drukken.” Het liefst schrijft hij liedjes. Hij vergelijkt het met poëzie: “In één dag kan het al af zijn. Een boek is zwoegen, een liedje is meer exploderen. En je kunt het overal schrijven, op het terras of het strand, dat is een groot voordeel – je hoeft er niet voor achter je computer te zitten.” Z’n eerste liedjes schreef hij toen hij een jaar of veertien was. Imitaties van Lennaert Nijgh die Bob Dylan imiteerde. Surrealistische teksten in de lijn van ‘Het land van Maas en Waal’. “Niet erg goed, maar ik heb ze wel bewaard.”
Hij noemt muziek de meest troostrijke kunstvorm, meer dan boeken of film. “Met liedjes kom ik daar het dichtste bij. Het maakt niet uit wat ik schrijf, of het een televisieserie is of iets voor theater, als ik de kans krijg, prop ik ze erin. Dat deed ik al toen ik voor de VPRO De freules maakte, en zo werk ik nog steeds. Vroeger was mijn wens zanger te worden en eigen nummers te brengen, maar daar bleek ik toch niet helemaal het talent voor te hebben. Gelukkig ook maar. Nu werk ik met componisten als Fons Merkies, Jan Tekstra, Jan Robijns, Jeroen Sleyfer, Tjeerd Oosterhuis en Vincent van Warmerdam. Zij maken mijn liedjes veel mooier dan ik zelf zou kunnen.”
Ook in zijn nieuwe film zitten liedjes. Het persbericht spreekt van een verkapte muziekfilm en regisseur Ineke Houtman bestempelt het verhaal over een Surinaams meisje en haar western opa als een ‘Suri-Western met liedjes’. Toch is het anders dan bij De freules, zegt Kuyper. “Daar waren de liedjes een soort videoclips waarmee je buiten het verhaal trad. In Mijn opa de bankrover wilden we het verhaal niet onderbreken, de personages zingen alleen als je dat in het normale leven ook zou doen. In de auto bijvoorbeeld, er wordt niet uit de actie gestapt.”
Kuyper schreef het verhaal in 2004. Het boek was bestemd als cadeau voor achtstegroepers die van school gingen en heette toen nog Mooi leven. Het is een filmisch verhaal, waarvan de lezer de losse scènes zelf moet verbinden. Al tijdens het schrijven bedacht hij dat er een film in zat. “Ik zag iets moois voor me met een opa en een kind, een donker meisje in een verder blanke omgeving.”
Toen het af was zocht hij contact met Ineke Houtman, met wie hij vijftien jaar eerder de series De freules en Max Laadvermogen had gemaakt. In Mooi leven was Grace een geadopteerd meisje uit Colombia dat ervan droomde boerin te worden in haar geboorteland. In de film heeft ze een Nederlandse moeder en een onbekende Surinaamse vader naar wie ze op zoek gaat. Er is meer veranderd. ‘Zoek zelf de zevenhonderdzevenenzeventig andere verschillen,’ schrijft Kuyper in het voorwoord van de recente heruitgave. Maar veel bleef ook hetzelfde, vandaar dat hij besloot het verhaal in z’n oorspronkelijke vorm uit te geven en niet te herschrijven. “In Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman zit ook geen voetballende jongen, toch herkennen kinderen het boek in de film.”
Schrijven voor film brengt veel beperkingen met zich mee, zegt Kuyper. “Wat je bedenkt kun je eenvoudig opschrijven, maar verbeelden is lastiger. Daarom zijn filmwetten ook zo streng, met special effects hoef je in Nederland niet aan te komen. In mijn boek De rode zwaan zit een koolmeesje. Een koolmeesje moet kunnen, dacht ik toen het verfilmd werd, maar dat bleek zo’n duur beestje te worden dat het er toch uit moest. Ik heb nooit onderwijs genoten in scenario’s maken. Ik schreef verhaaltjes voor schoolradio en een collega bracht me in contact met Ineke Houtman die toen net bij de VPRO werkte. ‘Je moet die Kuyper eens vragen,’ zei ze tegen haar. Zo begon het.” Al even terloops kwam hij in de musicalwereld terecht: “Doordat mijn goede vriend Thomas Verbogt boven regisseur Peter de Baan woonde, die net iemand zocht voor de liedjes voor De scheepsjongens van Bontekoe – Ivo de Wijs kon op dat moment even niet.”
“Ik ben een man van de taal,” zegt Kuyper. “Ineke is ook van het beeld. In mijn teksten kan ik lekker uitfreaken. Door onze vriendschap durf ik alles op te schrijven, ik weet dat ik wel tot de orde geroepen word als het niet kan.”
Na de Annie M.G. Schmidt-lezing had Kuyper het even gehad met de kinderliteratuur. Dat veranderde toen hij een nieuwe uitgever vond. “Bij Lemniscaat doen ze iets met je waardoor je toch weer zin krijgt een mooi kinderboek te schrijven. Een poosje geleden was ik op de uitgeverij in Rotterdam. Daar zeiden ze: ‘We hebben nu een bestaand boek van je op de rol staan en een nieuw boek in een bestaande serie. Het volgende moet een gloednieuw boek zijn.’ Verdomd, dacht ik, daar zit wat in. In de trein naar huis was ik als een kind zo blij. Dat hoort een uitgever te doen: je stimuleren iets te maken waar je zelf niet aan had gedacht.”
Sjoerd Kuyper, Mijn opa de bankrover
Lemniscaat, € 11,50, 8+
De gelijknamige film draait sinds vandaag in de bioscoop.





Reacties (0)