Interview Wim Opbrouck
Tartuffe, NTGent/Toneelgroep Amsterdam
Vanavond staat Tartuffe van regisseur Dimiter Gotscheff voor het laatst in de Stadsschouwburg. Een eclectische enscenering met confettikanonnen, kinderliedjes en een uitbundige Wim Opbrouck als Orgon.
Het is voor het Nederlandse publiek misschien even wennen, de exorbitante regie van de Bulgaars-Duitse Dimiter Gotscheff (1943). In Duitsland is hij een grootheid, hier was zijn werk nagenoeg onbekend. Aan die situatie is met Tartuffe, Molières zwarte komedie uit 1664, een eind gekomen. Het overmatige spel van de acteurs van NTGent en Toneelgroep Amsterdam; de verregaande tekstbewerking, waarin delen van de zeventiende-eeuwse tekst zijn vervangen door Bijbelcitaten, kinderliedjes en fragmenten van Ezra Pound, Dylan Thomas, Wikipedia en Heiner Müller; de confettikanonnen die minutenlang kleurige papiersnippers de lucht in knallen – het is allemaal van een ongeremde theatraliteit.
Gotscheffs Tartuffe is in zekere zin ook de Tartuffe van Wim Opbrouck (1969), hoewel hij niet het titelpersonage speelt, maar Orgon, in de regie van Dimiter Gotscheff een puissant rijke bankdirecteur die in de ban raakt van de ‘altruïstische’ vreemdeling Tartuffe (Koen de Sutter) en zijn dochter en fortuin aan hem vermaakt. Als artistiek leider van NTGent was Opbrouck initiatiefnemer van de voorstelling. Hij haalde de gerenommeerde Gotscheff in huis en gaf hem carte blanche. Opbrouck: “Als je een klassiek stuk wilt opvoeren, moet je een nieuwe sleutel vinden om daarvoor een noodzakelijkheid te creëren. De deur naar de tekst is in de loop der eeuwen niet veranderd, er komt alleen af en toe een nieuw slot op.”
Dat neemt niet weg dat ook de acteurs moesten wennen aan Gotscheffs extreme regie, waarin esthetiek ondergeschikt is. “Wij vroegen ons af of het niet een beetje vloeiender moest, je wilt toch niet dat het publiek wegloopt, maar Dimiter trok zich daar niets van aan.”
Als pater familias Orgon is Opbrouck de spil van de voorstelling. Vriendelijk wuivend, zijn gezin hangend aan zijn arm en dartelend om hem heen, maakt hij zijn entree. Dan verschijnt Tartuffe die begint te morrelen aan de pijlers onder Orgons veilig decadente wereldje en krijgt Opbrouck de kans alle registers open te trekken. Geobsedeerd door Tartuffes wereldverbeterende praatjes begint hij te razen, te schmieren en te flemen. Hij hangt de paljas uit, foetert en veroordeelt. Hij laat zijn grote lijf huppelen, kruipen en vallen en klautert wild over de eerste rijen stoelen de zaal in. Het publiek is verrukt en huivert van afschuw tegelijk.
Opbrouck ontmoette Gotscheff toen hij met regisseur Luk Perceval zijn eerste stappen in Duitsland zette. Sindsdien kwam de ‘oude Bulgaar’ kijken als ze in de buurt speelden. Opbrouck: “Hij wilde graag eens met Nederlandse en Vlaamse acteurs werken. De eerste twee weken van het repetitieproces werd er niet gespeeld, alleen gepraat. Om de personages sociaal te determineren. Om een discours te scheppen van waaruit we verder konden werken. Bij ons is Tartuffe een visionair zonder opportunistisch doel, een complexer figuur dan bij Molière, dat hebben Koen en Dimiter samen zo bedacht tijdens de avonden in ‘die Kneipe wo man rauchen darf’ op het Leidseplein. Misschien is hij wel een soort Robin Hood die het geld aan Amnesty International geeft. Maar hij is ook een Allen Ginsberg-achtige beat poet, één die in zijn openingsmonoloog hoge cultuur paart aan lage, waardoor het stuk de tijd ontstijgt.”
Gotscheffs einde is zwarter dan bij Molière. In zijn enscenering wordt Orgon niet gered en is het Tartuffe die triomfeert. Het draagt bij aan de ‘rafeligheid’ van de voorstelling, vindt Opbrouck. “Deze Tartuffe is misschien niet in al z’n facetten geslaagd, maar echter dan dit, kun je het niet krijgen. Het is een vuistslag, een rollercoaster met het beste openingsbeeld van het seizoen. Er is geen opgelegde esthetica – er is alleen een groep acteurs, een tekst en een decor dat in de eerste scène ontstaat. Ik houd van dat rauwe. Het is mijn romantische idee van the kings players: de acteurs moeten het doen.” Dat de voorstelling sterk wisselende reacties heeft opgeroepen, begrijpt hij wel. “You love it or you hate it, daar zit weinig tussen. Maar juist omdat niet alles is gelukt, voelt de voorstelling voor mij als honderd procent geslaagd. Onze Tartuffe is de voorzichtigheid voorbij.”
Tartuffe, NTGent/Toneelgroep Amsterdam. Vanavond laatste voorstelling in Stadsschouwburg Amsterdam.





Reacties (0)