Wat leest... Pieter Broertjes
Pieter Broertjes (1952) is hoofdredacteur van de Volkskrant, waar hij in 1979 begon als sociaaleconomisch redacteur. Hij is voorzitter van de World Press Photo, bijzonder lector aan de Hogeschool Utrecht, voorzitter Raad van Toezicht van de postdoctorale journalistieke opleiding PDOJ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en heeft verschillende publicaties op zijn naam staan. Maar Pieter Broertjes is meer dan publicist en een bevlogen krantenman – hij is ook een lezer.
De Kameleon
‘Ja, ik las als kind, maar niet overdreven veel. Thuis werden we niet intellectualistisch opgevoed. Mijn vader was militair, mijn moeder een huisvrouw die ooit medicijnen had gestudeerd. Zij was de intellectueel van de familie, van haar heb ik het lezen meegekregen, hoewel ze vroeger zelf niet veel las. Daar had ze geen tijd voor zei ze, ze moest voor drie kinderen zorgen, dat lezen zou later wel komen. Nu ze oud is en tijd heeft, is ze praktisch blind. Maar er is een uitkomst tegenwoordig, de luisterboeken, een fantastische innovatie – kom ik bij haar en vertelt ze dat ze Geert Mak heeft “gelezen”, 65 uur op cd.
De boeken uit m’n jeugd die me het meest zijn bijgebleven zijn die over de Kameleon. Thuis staan ze nog steeds in de kast, later heeft mijn zoon ze ook gelezen.’
Het land achter Gods rug
‘Van daarna herinner ik me vooral het lezen voor de lijst, die was nog ouderwets lang. A. den Doolaard, Het land achter Gods rug, dat speelde in Montenegro, daar ben ik later nog naartoe gegaan als student. Zo kreeg zo’n boek een follow-up, door het na te reizen. En Arthur van Schendel die altijd ergens anders wilde zijn dan hij was. Dat romantische verlangen, dat vond ik mooi, ook al heb ik daar zelf niet zo’n last van – ik zit al m’n hele leven bij de Volkskrant.
En verder? Hermans natuurlijk, Mulisch, veel Wolkers. Die laatste was toen behoorlijk controversieel maar hij mocht wel op de lijst; het was eind jaren zestig, de docenten lazen hem zelf ook.
Toen ik in Utrecht sociale wetenschappen ging studeren las ik vooral aan mijn studie gerelateerde boeken, m’n boekenkast thuis staat er stampvol mee. Het begint met Marx en dan de Linkse Bibliotheek, De Kritiese Bibliotheek, ja dat schreef je toen zo, het was vaak abominabel proza maar ik heb die boeken nooit weg kunnen doen, ze hebben me zo gevormd.
Nog weer later, aan het begin van m’n journalistieke carrière, las ik veel teksten over de maakbaarheid van de wereld. Tinbergen, Pronk, Den Uyl, Mansholt. Dat waren mensen die een enorme ambitie met de wereld hadden, dat intrigeerde me mateloos. Ik gebruikte hun werk als achtergrond voor m’n eigen artikelen.’
Zo is het genoeg
‘Onlangs heb ik dat laatste boekje over Jan Wolkers van Onno Blom gelezen, Zo is het genoeg. De laatste tien jaar van zijn leven heb ik Wolkers goed leren kennen. Ik zag hem regelmatig, sprak hem vaak. Dan belde hij dat hij weer een gedicht had geschreven en dat stond het bij wijze van spreken twee dagen later in de krant. Dat vond hij wel interessant. Hij was natuurlijk gewend aan publiciteit, maar dat contact van een op een kende hij niet. Na zijn overlijden vroeg zijn vrouw Karina of ik op zijn begrafenis wilde spreken. Dat vond ik bijzonder, ik kende hem toch relatief kort, er spraken daar mensen uit zijn hele leven. Dat boek van Onno Blom was voor mij heel herkenbaar, daar zit ik bijna in.’
De afslag
‘De boekenkast in mijn werkkamer op de redactie is een echte Volkskrant-boekenkast. Hij staat helemaal vol met boeken van redacteuren, romans die de krant heeft uitgegeven, werk van buitenlandcorrespondenten. Het begint een mooie collectie te worden, maar het is bijna niet bij te houden, zoveel journalisten hebben de ambitie een boek te schrijven.
Sander van Walsum, onze correspondent in Berlijn, schreef De afslag, een roman. Hoe hij dat voor elkaar gekregen heeft weet ik niet, hij schrijft zo’n boek blijkbaar tussen de bedrijven door. Ik wil daar dan graag op reageren en hier heb ik gelukkig tijd voor gevonden. Ik vond het een leuk boek, net als De kleine keizer van Martin Bril, een van onze columnisten.
En dan ben ik ook nog bezig in Leeftocht van Adriaan van Dis. Ik ben erg geïntrigeerd door zijn schrijverschap, ken hem ook persoonlijk. Leeftocht is zo’n boek dat op mijn nachtkastje ligt en waarin ik probeer vorderingen te maken.’
De laatste resten tropisch Nederland
‘Van de zomer was ik in Suriname. Mensen daar zeiden dat ik De laatste resten tropisch Nederland van Hermans moest lezen. Thuis heb ik het opgediept en het is fantastisch. Hermans was getrouwd met een Surinaamse, dat wist ik niet. Vanwege zijn vrouw is hij daar naartoe gegaan. Suriname is een land dat voor een groot deel niet functioneert, het is er een chaos. Daar kun je op veel verschillende manieren over schrijven. Hermans deed het met ironie. Nee, niet hard, er spreekt een zeker mededogen uit dat boek, misschien wel om zijn vrouw te sparen.
In november ga ik naar Amerika voor de verkiezingen. Ik heb altijd een passie voor dat land gehad, ben altijd een bewonderaar geweest van John F. Kennedy, hij was mijn jeugdheld. Ik heb veel over hem gelezen en nóg, dat houdt nooit op.
Nu heb ik een boek over Barack Obama gelezen van Shelby Steele. Het is een kritisch boek, dat leek me interessant, je leest al zoveel lof over hem. Steele is zelf zwart en vindt dat Obama zijn zwart-zijn verkeerd gebruikt, dat hij zich er te veel achter verschuilt. Hij zou veel meer van z’n eigen kracht moeten uitgaan dan stil te staan bij het feit dat hij de zoon van een zwarte vader is.
Tja, het is allemaal wel erg functioneel wat ik lees, dat is soms wel jammer. Aan een roman kom ik vrijwel niet toe. Mijn vrouw wel. Die kan vrijdag gefascineerd raken door een boek van vijfhonderd pagina’s en dan heeft ze het zondag uit. Dan laat ze alles uit haar handen vallen, letterlijk. Ik ben daar inmiddels aan gewend. O, is het weer zover, zeg ik dan. En dan zegt zij: ja, je moet me nu maar even laten, op een gegeven moment heb ik het wel uit.
Ik heb niet het concentratievermogen om helemaal op te gaan in een boek. Dat zou ik wel willen, maar zolang ik deze baan heb is dat onmogelijk. Door de week zitten m’n avonden vol en voor het slapen gaan lukt niet, dan val ik al na twee pagina’s in slaap. In de weekenden lees ik om mijn colleges voor te bereiden. Ik moet het dus met die brokjes en beetjes tijd tussendoor doen.’





Reacties (0)