Interview Lotte Goos

Kostuumontwerpster van Kleine Eyolf, Nationale Toneel

Geplaatst op dinsdag, 08 mei 2012. Categorie: Interview, TM, Theater

Ze worden niet altijd uit de kast gehaald: de kunstenaars die niet op het toneel staan maar door hun bijdragen onmisbaar zijn voor een theatervoorstelling: decor-, kostuum-, geluids- en lichtontwerpers. Dit seizoen richt TM de schijnwerper op kostuumontwerpers.

Lotte Goos (1981)
Kostuumontwerpster van Kleine Eyolf van Susanne Kennedy bij Het Nationale Toneel

Opleiding
Theatervormgeving aan de HKU
Eerste productie (kostuums)

Mightysociety 3, Eric de Vroedt, 2003
Recente producties
Na de zondeval, Toneelgroep Amsterdam, regie Eric de Vroedt, 2012
De bittere tranen van Petra von Kant
, Het Nationale Toneel, regie Susanne Kennedy, 2011
They shoot horses, don’t they?
, Münchner Kammerspiele, regie Susanne Kennedy, 2011
Het spookhuis der geschiedenis
, Wunderbaum, mei 2012
Beeldtaal Kleine Eyolf

Basaal, grotesk, schilderachtig, kunstmatig
Uitspraak

‘More is more.’

Susanne Kennedy versus Eric de Vroedt
‘Ik kwam bij Susanne terecht via de actrice Çigdem Teke, die ik had leren kennen bij Mightysociety van Eric de Vroedt. Er was meteen een klik. Ik vindt haar werk interessant, omdat ze voor mijn gevoel iedere keer iets heel nieuws maakt. Susanne werkt zeer beeldend, wat voor een kostuumontwerper prettig is. In haar voorstellingen is ze op zoek naar een bepaalde kunstmatigheid; ze kan niets met een realistische stijl, met psychologisch drama of ingeleefd spel. Een verhaal op het niveau van de anekdote navertellen is niet wat ze wil. In de bewerking van klassieke stukken brengt ze de tekst terug tot de essentie, het onderliggende gevoel, waardoor er een situatie ontstaat in plaats van een vertelling. Door kunstmatigheid komt Susanne tot de inhoud, dit vertaalt zich onder andere in de kostuums.
Bij Eric de Vroedt ben ik begonnen als kostuumontwerpster, hij plukte me uit de kroeg waar ik op dat moment werkte. Eric zit aan de andere kant van het spectrum. Hij gebruikt vaak het woord hyperrealisme voor zijn werk, maar net als Susanne kiest hij voor veel vorm in z’n voorstellingen. Zijn personages zijn opgebouwd uit een duidelijke buitenkant met een diepere onderlaag. Die moet je niet naturel of subtiel presenteren, daar hoort een uitgesproken vormgeving bij.’

Nieuwe speelstijl
‘Susanne heeft Henrik Ibsens Kleine Eyolf bewerkt tot een script in drie delen: Aarde, Water en Lucht. Op vrijwel iedere bladzijde van het script begint een nieuw hoofdstuk, waardoor heel veel korte scènes ontstaan, sommige niet langer dan één zin. De hoofdstuktitels zijn ontleend aan Nietzsche. Ze worden in het decor geprojecteerd met een beamer, waarna er een black-out volgt. Tussen het publiek en de spelers komt een zwart gaasdoek te hangen. Met de juiste belichting kun je de acteurs er prima doorheen zien, hoewel ze wel een beetje blurry worden, de scherpe contouren verdwijnen. Omgekeerd zien zij het publiek dat in het donker zit niet. Wat dat betreft kent deze voorstelling een andere vorm dan Susannes eerdere voorstellingen: de spelers kijken het publiek niet aan. Die eerdere speelstijl was sterk naar buiten gericht, haast agressief, hij kwam tot aan je stoel. Met het nieuwe, verstilde spelen is de vorm juist naar binnen gekeerd. De toeschouwers worden het stuk ingezogen, als een soort implosie.’

Vormgeving
‘De vormgeving van de voorstelling komt bij Susanne altijd voort uit haar bewerking van het stuk. Zij heeft dan vaak al duidelijke beelden en sferen in haar hoofd, maar alles – decor, kostuums, spel – ontstaat vanuit gezamenlijkheid. Zoals een acteur tijdens de repetities zijn personage aftast, zo onderzoek ik hoe dat eruit moet komen te zien. Daarom ben ik ook bij het gehele repetitieproces aanwezig. Niet alle dagen, maar zeer regelmatig. Als wat ik aandraag Susanne bevalt, integreert ze het direct in de voorstelling. Voor Kleine Eyolf ben ik op zoek naar basale groteske vormen en klassieke schilderachtige beelden. Belangrijk is dat er een soort openheid in het beeld blijft, zodat het publiek zich naar binnen kan laten zuigen.
Tegelijk moet ik zorgen dat ook de kunstmatigheid die Susanne zoekt, gegarandeerd blijft. Voor Kleine Eyolf hebben wij ons door zeer uiteenlopende werken laten inspireren: zowel door de film Antichrist van Lars von Trier als schilderijen van Edvard Munch als performances van Paul McCarthy.

De moeder
‘Ik zit nog midden in het ontwerpproces, hoe de kostuums precies gaan worden, weet ik nog niet. Wat ik wel kan zeggen is dat ik voor alle personages de meest voor de hand liggende vorm als uitgangspunt heb gekozen en van daaruit verder ben gaan werken. Bij sommige voel je na een tijdje dat die basisvorm niet genoeg is, dat ze meer nodig hebben om hen scherp te krijgen. Marlies Heuer speelt Eyolfs moeder. Ik heb voor haar iets historisch gekozen, een schilderachtig beeld van een wit bloesje met een lange zwarte rok. Het is een aards personage, die lange rok houdt haar bij de grond. Ik denk in de beweging en energie van het personage. Marlies’ houding is rechtop, de armen slap langs haar lichaam, het haar los over de schouders. Op het beeld van die neerwaartse lijnen ben ik verder gaan zoeken. Uit Marlies’ fysiek spreekt een krachtige taal, de kunstmatigheid zit al in haar spel, daar hoef ik niet zoveel meer tegenover te zetten. Tegelijk gaat er een bepaalde hysterie uit van haar personage; in haar enorme verlangen naar haar man zit iets heksachtig. “Wat nu als Eyolf nooit geboren was?” vraagt ze de hele tijd. Ik heb geëxperimenteerd met een pruik met heel lang haar om daaraan te refereren, maar daar ben ik weer vanaf gestapt, dat was toch te veel en maakte het beeld te dicht. Zoals het er nu uitziet, denk ik dat ik spaarzaam moet omgaan met het gebruik van pruiken.’

De denker en de doener
‘De vader van Eyolf wordt gespeeld door Dries Vanhegen. Hij is een beetje een apathische figuur, een man die veel nadenkt, hij leeft in zijn hoofd. Voor hem ben ik begonnen met een pak en een bril, zodat je als toeschouwer meteen ziet: dat is de denker van het stel. Maar zoals het nu is, zit er nog te weinig spanning in het beeld, hij kan niet opboksen tegen Marlies. Dus ga ik kijken of ik de vorm grotesker kan maken. Kan ik iets met dat pak? Kan ik iets met zijn gezicht, qua grime of met zijn haar? Uiteindelijk moet ik zijn kostuum zo bewerken dat het de realiteit ontstijgt. Tegenover de vader staat de wegenbouwer gespeeld door Vincent Linthorst, een doener. Hij repeteert nu in een wit hemd en een ouderwetse zwarte werkbroek, zo’n hoge wollen met een bandplooi en zwarte laarzen.
Ik ben begonnen alle kostuums in zwart-wit te maken, hier en daar een klein beetje kleur. Dat levert een contrastvol, ouderwets beeld op. Tijdens het vergaren van inspiratie hebben we gesproken over stomme films, die hebben ook dat zwart-witte. Misschien dat ik de gezichten van de acteurs nog wat bleker maak. Niet als maskers, maar zo dat je de ogen en de monden goed kunt zien door dat zwarte gaas. Ik houd ervan als ik als vormgever iets kan doen, wat de kijker manipuleert.’

Kleine Eyolf, Het Nationale Toneel / NT Gent
Première 3 mei NT Gebouw Den Haag. T/m 10 juni ook te zien in Gent en Amsterdam.
www.lottegoos.com
, www.nationaletoneel.nl

Kleine Eyolf heeft een aandoening. Als baby viel hij van de commode toen zijn ouders lagen te vrijen. De vader heeft besloten zich volledig toe te leggen op de zorg voor zijn zoon, de moeder wil haar man voor zich alleen. Dan verdrinkt kleine Eyolf.

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...