Interview Liesbeth Coltof en Ad de Bont

De Toneelmakerij

Geplaatst op zaterdag, 18 april 2009. Categorie: Parool, Jeugdtheater, Interview

Voor de verstokte jeugdtheaterbezoeker is het wel even wennen. Na de fusie van de theatergroepen Huis aan de Amstel en Wederzijds begin dit jaar heeft het nieuwe gezelschap nu ook een andere naam: De Toneelmakerij. Liesbeth Coltof (1954), sinds 1989 artistiek leider van Huis aan de Amstel, is er blij mee. ‘Een duidelijke, heldere naam waar je niet het woord theatergroep voor hoeft te zetten.’

Ad de Bont (1949), sinds 1982 als toneelschrijver, regisseur en artistiek leider verbonden aan Wederzijds, voegt toe: ‘De naam zegt precies wat we doen: toneel maken. We willen een bruisend centrum zijn waar activiteiten voor kinderen en jongeren worden ontwikkeld.’
Coltof: ‘Waar experimentele en publieksvriendelijke voorstellingen naast elkaar bestaan.’
De Bont: ‘Een gezelschap dat zowel in het theater als op locatie speelt.’

Volgens De Bont lag een samenwerking tussen de beide toneelhuizen in de geschiedenis besloten. ‘Toen we het advies van de Raad voor Cultuur lazen, waarin werd gepleit voor een of twee jeugdtheatergezelschappen met de omvang van een stads- of regiogezelschap, wisten we allebei dat wij dat samen konden realiseren. Er zijn in Nederland niet veel vergelijkbare gezelschappen met voldoende goodwill bij alle subsidiënten. Als wij deze stap niet genomen hadden, was er de komende twintig jaar nooit zo’n grote theatergroep ontstaan.’

Coltof: ‘De gemeente Amsterdam was direct enthousiast over onze plannen. En Noord-Holland liet ook weten achter ons te staan. Gek genoeg was het toen Het Rijk dat terugkrabbelde, ondanks een positief advies van de Raad voor Cultuur. Minister Plasterk wilde wel een basisinfrastructuur voor jeugdtheater, maar was niet bereid daar ook geld voor vrij te maken. Zo heeft hij ons anderhalf jaar laten bungelen, tot Prinsjesdag 2008. Toen heeft de Kamer hem teruggefloten.’

Liesbeth Coltof en Ad de Bont kennen elkaar vijfentwintig jaar. Ze hebben elkaars werk altijd gevolgd en werkten, tot grote tevredenheid van beiden, verschillende keren samen. Nu vormen ze met z’n tweeën de artistieke leiding van het grootste jeugdtheatergezelschap van Nederland, de jeugdige evenknie van Toneelgroep Amsterdam zou je kunnen zeggen. Is dat niet vragen om problemen, twee veteranen aan het roer van één schip? Hadden dat niet beter twee jonge honden kunnen zijn?

De Bont, stellig: ‘Jonge honden hadden dit nooit voor elkaar gekregen. Liesbeth en ik kennen elkaar goed genoeg om dit avontuur aan te durven. En een beetje touwtrekken af en toe hoort erbij.’
Coltof: ‘We respecteren elkaars werk en autonomie.’
De Bont: ‘En we weten dat geen van ons zal proberen de ander eruit te werken.’
Coltof, met een lach: ‘Dat hebben we elkaar namelijk met zoveel woorden gevraagd.’
Bovendien, weet Coltof, is er een wezenlijk element dat hen bindt: ‘Wij willen theater maken met een maatschappelijke relevantie. De vorm waarin en de plaats waar we dat voorheen deden, verschilden. Maar die behoefte aan te sluiten bij de wereld waarin we leven, die voelen we allebei.’
De Bont: ‘Van daaruit zoeken we naar een manier om ons verhaal zo kunstzinnig mogelijk te vertellen. Er wordt weleens gemopperd dat kinderen daar niks van zouden snappen. Dat hoeft ook niet. In het theater draait het veel meer om gegrepen worden dan om begrijpen.’

De samenwerking tussen de twee jeugdtheatergroepen ging voortvarend van start. Met de familievoorstelling Batte, ter gelegenheid van de opening van de verbouwde schouwburg in Haarlem september vorig jaar als prelude, werd de toon groots en spectaculair gezet. Daarna volgden drie voorstellingen die aansloten bij de grote denkers van Amsterdam Wereldboekenstad. Drie premières in vier weken – als ze eraan terugdenken snappen ze nog niet hoe ze het hebben klaargespeeld. Maar daarmee was de fusie dan ook wel echt een feit. Voor de komende periode staat een tweede drieluik op stapel: klassiekers in de klas – drie oudere toneelteksten opgevoerd door jonge regisseurs. Want daar is nu ruimte voor, zegt Coltof tevreden. ‘Voorheen hadden Ad en ik hooguit geld om een keer per jaar een nieuwe regisseur uit te nodigen. Dankzij onze drie subsidiënten kunnen we jonge makers nu veel vaker een podium bieden.’

Die nieuwe generatie zullen ze samen begeleiden. Daarnaast willen ze jaarlijks een project doen met een toneelschool, te beginnen met de Hoge School voor de Kunsten Utrecht. Beiden zullen blijven regisseren en De Bont zal zich nog meer dan voorheen gaan toeleggen op het schrijven.
Coltof: ‘Theater voor kinderen is theatraal gezien net zo interessant als theater voor volwassenen. Dat lijkt vanzelfsprekender dan het is – Ad en ik hebben ons hele leven gewijd aan het volwassen maken van jeugdtheater.’
De Bont: ‘Met De Toneelmakerij willen we voorstellingen maken die zich in de voorhoede van het jeugdtheater bevinden.’

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...