Terugblik jeugdtheaterseizoen 2009-2010

Geplaatst op woensdag, 01 september 2010. Categorie: TM, Jeugdtheater, Achtergrond

Jeugdtheater leunt steeds steviger op bewezen successen uit de jeugdliteratuur, maar andersom gebeurt ook: kinderboeken die gelijktijdig met kindervoorstellingen worden uitgebracht. De kwaliteit boet er niet per se door in, hoewel de beste voorstelling van het seizoen geen kinderboekbewerking was.

Somberend, zo ging het jeugdtheaterseizoen 2009-2010 van start. Op de laatste dag van het Theater Festival september vorig jaar sprak Hans van den Boom, artistiek leider van Stella Den Haag, de Staat van het Theater voor de Jeugd uit. In zijn ‘State of the Union’, een samenspraak met de jonge theatermaker Maurits van den Berg (Beumer & Drost), klonk een echo van de Annie M.G. Schmidt-lezing die enkele maanden eerder was gehouden door Sjoerd Kuyper, schrijver van kinderboeken, liedjes en theaterteksten. Kuyper beklaagde zich in zijn verhaal over de vercommercialisering van het kinderboekenvak, waarin formats en marketingstrategieën zwaarder wegen dan mooie boeken. Het goede kinderboek dreigt ten onder te gaan aan een overvloed aan maakwerk, aldus Kuyper.

De toon van Van den Booms relaas was al even tobberig. ‘Ondanks dat het een jaar was met een paar fijne hoogtepunten, was het ook het jaar van de steeds drammerige, opdringerige, oprukkende marketingwereld. Soms denk je weleens dat het niet meer gaat over wat we maken, maar over een papieren marketingwereld,’ stelde Van den Boom.

Opvallend aan de door Kuyper en Van den Boom beschreven malaise is dat die gepaard gaat met een groeiende toenadering tussen beide vakgebieden. Alsof ze in de strijd om de verkoopcijfers en bezoekersaantallen niet zonder elkaar kunnen en een voorstelling de bekendheid van een verhaal of een personage nodig heeft om het publiek te bereiken. Terwijl een commerciële producent als Theater Familie (Senf Theaterpartners) zich al sinds haar eerste familievoorstelling Koning van Katoren (2000) met succes op klassieke kinderboeken baseert, grijpen ook gesubsidieerde gezelschappen steeds vaker terug naar het kinderboek.

Echt nieuw is dat fenomeen natuurlijk niet; zolang er jeugdtheater wordt gemaakt worden verhalen uit de boekenkast naar het toneel gehaald. Maar de hausse aan boekbewerkingen die het afgelopen jaar werd uitgebracht, was dit keer wel opvallend groot. Een greep uit het aanbod: Theater Familie kwam met de eerste musical naar de immens populaire ‘Hoe overleef ik’-serie van Francine Oomen en bracht na eerdere Annie M.G. Schmidt-bewerkingen nu Otje op toneel. Ook Het Filiaal zocht het bij de ongekroonde koningin van Nederland en ensceneerde Wiplala weer tot muziektheatervoorstelling. Orkater maakte in samenwerking met Holland Symfonia een nogal vrije interpretatie van Alice in Wonderland, De Toneelmakerij blies Gerben Hellinga’s bewerking van Kees de jongen uit 1970 nieuw leven in en Theater Artemis en Theater Antigone maakten van Woeste Hoogten een theatrale gebeurtenis. Het M-Lab kwam met een musical gebaseerd op De geheime tuin en Theater Terra bracht het eerste Nederlandse stripverhaal van J.J.A. Gouverneur  uit 1858 op de planken: De wonderlijke reis van mijnheer Prikkebeen.

En dat zijn alleen nog maar de klassiekers en bestsellers die in het theater stonden; daarnaast waren er ensceneringen van minder bekende kinderboeken door onder meer Het Laagland (Om 8 uur bij de Ark), Gnaffel (Al mijn later is met jou, Het boek van alle dingen) en De Toneelmakerij (Een konijn van porselein).

Uitgevers en theatermakers lijken steeds meer behoefte te hebben hun product in te bedden in een groter verband. Populaire boeken krijgen hun eigen tijdschrift en merchandising en als het meezit een film of toneelbewerking, terwijl artistiek leiders en regisseurs de jeugdliteratuur afstruinen naar verhalen waarop ze hun stukken kunnen baseren. Vaak is zo’n bewerking het initiatief van de theatermaker; Vakantie naar een verhaal over Bil en Wil van Rindert Kromhout was een idee van Cees Brandt en ook de bewerkingen door Het Laagland, Gnaffel en De Toneelmakerij gingen uit van de theatergezelschappen. Maar soms loopt het anders, dan is een voorstelling bewust onderdeel van een groter geheel. Sjoerd Kuyper bijvoorbeeld, schreef zijn boek De grote avonturen van Kleine Mol parallel aan de gelijknamige muziekvoorstelling die Theater Terra het afgelopen seizoen speelde, zodat boek en voorstelling elkaar promotioneel ondersteunden. Datzelfde gebeurde bij Coppelia van het Nationale Ballet, waarvan afgelopen winter een reprise te zien was; tekenaar Sieb Posthuma ontwierp eerst het decor en de kostuums voor het ballet en maakte daarna een prentenboek van het verhaal.

Het jeugdtheater leunt op het boek zoals het boek op het jeugdtheater leunt. Of die groeiende verbondenheid inderdaad te maken heeft met de marketingopmars in het vak valt nog niet met zekerheid te zeggen, maar feit is dat ze elkaar steeds vaker opzoeken.

Soms leidt dat tot verrassende resultaten. Artemis’ Woeste hoogten, rusteloze zielen werd geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival en kreeg van de Gouden Krekel-jury een nominatie voor de meest indrukwekkende productie. Hoofdrolspeelster Alejandra Theus dingt bovendien mee naar de Gouden Krekel voor de meest indrukwekkende podiumprestatie. Nu eens flemend, dan weer schmierend en jankend smeet Theus haar emoties over de splinterige planken van het kale decor van de negentiende-eeuwse familiegeschiedenis over passie en wraak. De fraaie tekstbewerking van Emily Brontë’s klassieker uit 1847, de zorgvuldige regie van Floor Huygen, de overrompelende mise-en-scènes – ze maakten van Woeste Hoogten theater dat zich naar binnenvreet en niet meer loslaat.

Ook Hoe overleef ik mijn eerste zoen? van Theater Familie dwong bewondering af door de haarfijne manier waarop tekstschrijfster Heleen Verburg en regisseur Bruun Kuijt het tienermeisjesgevoel uit de boeken van Francine Oomen op het podium wisten te brengen. Zo werd een doelgroep bereikt, die doorgaans lastig het theater in te krijgen is: de bovenbouw van de basisschool en de brugklas. Door de toneelmatige kant van de voorstelling te benadrukken gaven Verburg en Kuijt  het verhaal bovendien een extra laag die in de boeken ontbreekt; hier overtreft de theaterbewerking het origineel, een prestatie die Theater Familie haar eerste Gouden Krekel-nominatie opleverde.

Niet altijd pakt het resultaat zo gelukkig uit. Al mijn later is met jou, losjes gebaseerd op een door Edward van de Vendel samengestelde dichtbundel, bleef hangen in een verzameling poëtische passages en filosofische fragmenten, en hoewel de fantasierijke beeldregie van Mijnheer Prikkebeen door Theater Terra een plezier was om naar te kijken, was de voorstelling met haar uitwaaierende verwikkelingen en ingewikkelde liedteksten maar half geslaagd.

Boekbewerkingen, zou je kunnen concluderen, zijn voor theatermakers aantrekkelijk omdat de verhalen hun succes al bewezen hebben en ze de herkenbaarheid voor het publiek vergroten. Het gevaar van gemakzucht ligt echter steeds op de loer en als de vertaalslag naar de speelvloer onvoldoende inventiviteit vertoont, is de voorstelling niet meer dan een slap aftreksel van het boek.

Wat dat aangaat is het prettig dat het afgelopen seizoen ook een aantal producties kende die niet gebaseerd waren op kinderboeken, maar ontsproten waren aan het brein van eigenzinnige theatermakers. Die kant kent het jeugdtheatervak immers óók. In de Staat van het Theater voor de Jeugd werd hij vertegenwoordigd door Maurits van den Berg, jong en aanstormend. Dwars door van den Booms mistroostige overpeinzingen klonk zijn verhaal dat er vooral een was over zoeken en ontdekken. Over jongensdromen en hoe die te verwezenlijken. Over beelden die ertoe doen. Over associatief voelen dat het deugt, wat je doet. Op een onbevangen manier diende het jonge talent hier de oude meester van repliek. ‘Eigenlijk,’ zei Van den Berg, ‘wil ik gewoon zeggen dat ik er nog maar net ben. Dat ik nog niet zoveel verstand van jeugdtheater heb. Maar dat ik met ongelooflijk veel plezier met anderen het wiel wil uitvinden. Eigenlijk zoals jij dat ook gedaan hebt.’

Het afgelopen seizoen deed Van den Berg dat in Maliënkolder, dat hij samen met de andere jonge makers Sacha Muller en Sjors Stassen en veteraan Loek Beumer speelde onder de vleugels van Beumer & Drost. In leren broekrokken vertolkte het viertal de mannen van de Maatschappij ter Bevordering van de Instandhouding (mtbvdi). Hier geen historisch verantwoorde vertelling, want: ‘Dit is niet het verhaal van de geschiedenis, maar de geschiedenis van een verhaal.’ Niet alle scènes waren even sterk en af en toe sloeg de kolder door naar meligheid, maar de mix van aanstekelijke flauwekul, quasifilosofische bespiegelingen en fysiek theater was beslist vindingrijk.

Ook de voorstelling die wat mij betreft het hoogtepunt van het seizoen was, was geen boekbewerking. Spoonface van Bontehond is gebaseerd op Lee Hall’s hoorspel voor volwassenen, over een autistisch meisje met gescheiden ouders dat leidt aan een ongeneeslijke vorm van kanker. Zoveel ellende slaat gemakkelijk door naar larmoyant gezever maar regisseur Noël Fischer maakte er aangrijpend theater van met een sublieme Eva Zwart als Spoonface. De rol leverde haar een Gouden Krekel-nominatie op voor meest indrukwekkende podiumprestatie.

De absurdistische gekte van de mannen van de mtbvdi en het verbluffende spel van Eva Zwart laten zien dat het jeugdtheater prima zonder het kinderboek kan. Onderlinge kruisbestuiving is aardig, maar om het vak fris en verrassend te houden is het belangrijk dat theatermakers met nieuw materiaal blijven experimenteren. Een voorstelling die zich goed in de markt laten zetten, is immers niet automatisch een goede voorstelling. Wat dat betreft heeft Hans van den Boom gelijk en moet het gaan over wat er gemaakt wordt.


Top 5 2009-2010
1. Spoonface, Bontehond
In een volstrekt eigen idioom zet Eva Zwart een schitterend levenslustige Spoonface neer.
2. Woeste Hoogten, Theater Artemis en Theater Antigone
De fraaie tekstbewerking van Emily Brontë’s klassieker uit 1847, de zorgvuldige regie van Floor Huygen, de overrompelende mise-en-scènes – dit is theater dat zich naar binnenvreet en niet meer loslaat.
3. Het boek van alle dingen, Theater Gnaffel
Gnaffel maakte van Guus Kuijers heftige thematiek theater dat verrassend licht van toon is en bij vlagen ontroerend.
4. De tuinen van de herinnering, René Groothof
Geen acteur kan met zo weinig middelen zoveel beelden oproepen als René Groothof. Net zo mooi als Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran.
5. Shaffy voor kinderen, Stella Den Haag
Opnieuw laat Hans van den Boom zien wat een nauwgezette combinatie van verteltheater en theaterconcert vermag.


Tip 5 2010-2011
1. De Man met de Bakkebaarden, Toneelschap Beumer & Drost
Een nieuwe filmische voorstelling van Peter Drost, dit keer met Maurits van den Berg.
2. Hou van die hond!, Theatergroep Kwatta
Het boek in vrije verzen van Sharon Creech was prachtig, spannend of Kwatta die kwaliteit zal evenaren.
3. Kar & Ton, Cees Brandt/De Brandstichting
De eerste jeugdtheatertekst van Frank Houtappels! (o.a. ’t Schaep met de vijf Pooten en Hotel Atlantico).
4. De Storm, De Toneelmakerij
Een samenwerking tussen Liesbeth Coltof en Rieks Swarte, dit zou zomaar heel mooi kunnen zijn.
5. Buurman en Buurman, Theater Familie
Een regie van Bruun Kuijt en liedteksten van Ivo de Wijs, dat zit eigenlijk altijd goed.

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...