Young Adult Literature
Salinger is dood, maar Holden Caulfield is springlevend. Al ruim vijftig jaar resoneert zijn dwarse geluid in een koor aan literaire tienerstemmen die in spreektalige zinnen vol stopwoorden en herhalingen hun ongenoegen over de wereld spuwen. Tegenwoordig laten de klonen van de zestienjarige verteller uit The Catcher in the Rye vooral van zich horen in de Young Adult Literature, een uit het Angelsaksisch taalgebied overgewaaid genre dat in eigen land nogal in de belangstelling staat.
Uitgeverij Lemniscaat begon vorig jaar met de serie Made in the USA, boeken voor jongvolwassenen die hier, een beetje verwarrend, onder de oorspronkelijk Engelse titels worden gepubliceerd. Onlangs verschenen Suicide Notes (€ 16,50) van Michael Thomas Ford en Antsy Does Time (€ 16,50) van Neal Shusterman. In de eerste doet een homoseksuele puberjongen vanuit een psychiatrisch ziekenhuis verslag van zijn zelfmoordpoging vanwege zijn seksuele geaardheid; in het tweede springt een tiener op de bres voor zijn terminaal zieke vriend door hem een maand van zijn eigen leven te schenken – tot blijkt dat de vriend kerngezond is.
Ford en Schusterman zijn bekwame schrijvers met een aanstekelijk gevoel voor humor, maar het hoge Holden Caulfield-gehalte maakt hun verhalen weinig origineel. Storender is dat de problemen waarover ze hun personages honderden pagina’s laten vol kletsen in feite luxeproblemen zijn. Je polsen doorsnijden omdat je homo bent, aandacht trekken door te doen alsof je doodgaat – het heeft iets pathetisch. Niet dat Holdens omzwervingen in New York nu zo belangwekkend zijn; ook hij komt uit een welgesteld gezin en lijkt in eerste instantie geen groter dilemma te hebben dan zijn ouders vertellen dat hij van school is gestuurd. Maar Salingers personage kent een waarachtigheid die in de moderne YA-novels niet vaak wordt geëvenaard. De boeken van Ford en Schusterman missen dan ook de urgentie die The Catcher in the Rye bij verschijning wel had en nog altijd heeft.
Daar komt bij dat het zwelgen in eigen ellende goed past bij de getroebleerde tienerziel, maar dat net iets oudere jongeren, die zich bevinden in het niemandsland tussen jeugdboek en volwassenenliteratuur (de doelgroep van YA-novels), óók behoefte hebben aan verhalen die de grenzen van hun werkelijkheid oprekken. Niet alleen op de binnenwereld dient gereflecteerd te worden; juist in de buitenwereld gebeurt zo ontzettend veel dat nog ontdekt moet worden. Interessanter zijn dan ook boeken waarin de hoofdpersonen zich niet verliezen in monomane moppersessies, maar die het vertrouwde wereldbeeld van de vijftienjarige lezers ontstijgen.
Uitgeverij Querido haakt in op die vraag met de Slash-reeks, een serie waargebeurde verhalen over bewogen jongerenlevens. Het nieuwste deel van Bibi Dumon Tak gaat over de achttienjarige Castel die bijklust als drugskoerier. In Latino King (€ 12,95) is weinig ruimte voor navelstaarderige bespiegelingen. Logisch – de verteller heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Nadat hij met anderhalve kilo coke op zijn lijf is aangehouden op het vliegveld van de Dominicaanse Republiek komt hij terecht in de beruchtste gevangenis van het Caraïbisch gebied. In La Victoria, de ‘begraafplaats voor de levenden’, geldt de wet van de jungle. Wie zwakheid toont gaat eraan, geen corrupte bewaker die dan nog een poot voor je uitsteekt. Castel hoort acht jaar tegen zich eisen en besluit te ontsnappen. Dat het hem na ruim twee jaar lukt naar Nederland te ontkomen klinkt eerder als iets uit een ouderwets jongensboek dan als een waar gebeurd verhaal, en toch is dat precies wat Latino King is. Een extra verkoopargument voor op schokkende feiten beluste lezers van de reality tv-generatie misschien, maar daarmee is niet alles gezegd. Door in de huid van haar onderwerp te kruipen opent Dumon Tak vensters op een werkelijkheid die in de jongerenliteratuur niet eerder werden ontsloten. Dat Castel als personage zo indringend en waarachtig is geworden dat hij je na lezing maar moeilijk loslaat, is de verdienste van de schrijfster die zijn getuigenis krachtig en zuiver heeft verwoord.
Die waarachtigheid kenmerkt ook Mierenkolonie, de derde jongerenroman van de Engelse Jenny Valentine (Moon, € 15,95). Nadat plattelandspuber Sam iets vreselijks heeft gedaan vlucht hij in de anonimiteit van Londen.
Met haar debuut Op zoek naar Violet Park, een prikkelende combinatie van een detective en coming of age-verhaal, verwierf Valentine direct een plek tussen de belangrijkste YA-auteurs; een plek die wordt bestendigd door haar nieuwe boek.
Anders dan haar meeste collega’s zijn Valentine’s protagonisten niet uitsluitend adolescenten. Haar boeken ontstijgen het alledaagse tienergebabbel en vallen op door vriendschappen tussen mensen van uiteenlopende leeftijden uit verschillende lagen van de maatschappij. Zo is in Mierenkolonie een grote rol weggelegd voor een verwaarloosd, tienjarig kind.
Valentine’s Bohemia is een soort Phoebe uit The Catcher in the Rye, behalve dat Bohemia niet Sams zusje is en ze zo haar eigen problemen heeft. In afwisselende hoofdstukken vertellen de twee ieder hun eigen geschiedenis tot ze samenvloeien tot één verhaal. Daarbij weet de schrijfster de eigenheid van haar figuren raak te treffen. Valentine houdt er niet van tussen haar personages en de lezer in te staan – het liefst is ze zo min mogelijk in haar boeken aanwezig. Hier geen spraakwaterval met schuttingtaal en stoplappen, maar soberheid en zorgvuldig gekozen woorden. Juist door haar onzichtbaarheid laat de schrijfster haar personages maximaal excelleren.





Reacties (0)