Opera op kleuterhoogte

Mannetje Jas, Ni Producties

Geplaatst op dinsdag, 04 oktober 2011. Categorie: Parool, Jeugdtheater, Reportage

Morgen vindt in de Stadsschouwburg de wereldpremière plaats van Mannetje Jas, een kleuteropera naar het gelijknamige prentenboek van Sieb Posthuma over bibberende koukleumen en hartverwarmende liefde.

Het is de scootmobiel die direct in het oog springt. Met verlengd stuur, bekleed met bonte stoffen is het voertuig omgetoverd tot kogelrond jassenhuis voor Mannetje Jas, de titelfiguur uit de voorstelling van Dick Hauser. Maar hoeveel jassen het kouwelijke kereltje ook aantrekt, hij blijft rillen onder al zijn lagen. Tot hij Vrouwtje Jas ontmoet: net zo rond, net zo koud, net zoveel jassen. Dan slaat de vonk over en is er de liefde die hart en lijf verwarmt.

In de repetitieruimte in de Kauwgomballenfabriek is acteur Laus Steeenbeeke in zijn tent van jassen gekropen. Bibberend, kleumend, klappertandend. Met zijn handen in zijn zakken stuurt hij het apparaat naar voren, terwijl op zijn voorhoofd een dun laagje zweet verschijnt. “Warm,” verzucht hij na afloop, terwijl hij de muts van z’n plakkerige haar af trekt.

Kort na de verschijning van het prentenboek Mannetje Jas (2006) ontstond bij illustrator en schrijver Sieb Posthuma het idee voor een voorstelling, waarvoor hij zelf de vormgeving wilde doen. Het was nog voor zijn grote theateravontuur Coppelia (2008), de gelauwerde voorstelling van het Nationale Ballet, waarvoor Posthuma het decor en de kostuums ontwierp. In regisseur Dick Hauser vond hij een enthousiaste partner voor het project. Laus Steenbeeke (Klokhuis) en Sytske van de Ster werden gecast als Mannetje en Vrouwtje Jas. Janine Brogt, ook verbonden aan Coppelia, tekende voor het libretto, Boudewijn Tarenskeen componeerde de muziek. Geen mainstream musicalhits of standaard muziektheater, maar opera voor kleuters. Of in Tarenskeens eigen woorden: Stravinsky maakt een musical. Dat is gewaagd in een wereld waarin kleuters het liefst lijken te luisteren naar Dirk Scheele en K3, maar het werkt: met trombone, klarinet en slagwerk wordt het kinderoor gestreeld en geprikkeld.

De hobbels hoe van een prentenboekentekst die op één A4-tje past een voorstelling van een uur te maken, zijn handig genomen. Brogt maakte van het naam- en tekstloze vogeltje uit het boek een kwinkelerend kwartet met klinkende namen – Fluitje, Ruitje, Franje en Ranja –

dat de gebeurtenissen op het toneel als een Grieks koor van commentaar voorziet. Zo worden de gebeurtenissen uitgesponnen en heeft de voorstelling er vier personages bij. Voor Posthuma zijn ze een cadeautje, aldus de decor- en kostuumontwerper. “Zoveel jaar na het maken van het boek heb ik mijn tekenstijl ontwikkeld, maar met deze voorstelling zit ik natuurlijk vast aan de beeldtaal van toen, ik kon niet ineens andere wegen inslaan. Door die nieuwe personages kreeg ik de kans toch uit te pakken; voor hen kon ik nieuwe kostuums verzinnen, compleet met klauwen en vogelkoppen.”

Er zijn meer nieuwe vondsten. Dokter Griep op zijn doktersfiets, een witte telefoon op het stuur, het frame omzwachteld met rekverband. De kassa op de hoge zwarte kruk met wieltjes, die met een zwieperd de speelvloer op wordt gereden. Waar mogelijk zijn de rekwisieten afgezet met een dikke penseelstreek, zoals Posthuma vaak in zijn illustraties gebruikt.

Het libretto, voor het grootste deel gezongen, is helder en eenvoudig zonder simpel te zijn. ‘Wat helpt tegen de kou?’ vraagt Mannetje Jas zich af. ‘Warme chocolademelk, dikke donzen deken. Kachel aansteken.’ Tussen ouderwetse potkachels klautert hij het trappetje op van zijn prinses op de erwtachtige-bed. ‘Helpt het?’ vraagt hij aan zichzelf, terwijl hij onder de dekens kruipt. ‘Jaaaa,’ klinkt het gelukzalig. Om er nog geen seconde later met een treurig gezicht aan toe te voegen: ‘Nee.’ Met de partituur in de hand dirigeert Tarenskeen de zangers, die naast het bed melig staan te ginnegappen.

Voor de kostuums benutte Posthuma vooral katoen en vilt, materialen die aansluiten bij zijn matte, verzadigde palet. Met biaisband, normaalgesproken gebruikt om zomen in kleding te leggen, werden tekenlijnen op de stof gestikt. Zodra Steenbeeke en Van de Ster hun kostuums aantrekken transformeren ze tot de figuren uit het boek. “Nog even oefenen,” stelt Van de Ster voor. Ze kruipt tegen Steenbeeke aan, hun wangen tegen elkaar. Een been wordt theatraal in de lucht gegooid en dan – de kus. Niet sensueel, wel lief. Grootse opera teruggebracht tot kinderhoogte.

Mannetje Jas, Ni Producties (4+). Première 5/10 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 27 november. www.niproducties.com

Social Bookmarks

Reacties (0)

Reageer op dit artikel

Vul aub uw naam en e-mailadres in. Het e-mailadres wordt niet getoond op de website.

Annuleer Reactie wordt geplaatst...